Onze mailserver geeft op het moment een storing bij het gebruik van e-mailadressen van Microsoft (hotmail.com, outlook.com, live.com). Als je een dringende vraag hebt, bijvoorbeeld over het resetten van je wachtwoord of het activeren van je nieuwe account, en je gebruikt een Microsoft-adres, stuur dan een mail naar info@atlantisgeo.nl met je vraag.

Mails die niet vanuit ons verzonden kunnen worden, proberen we zoveel mogelijk via een ander adres alsnog te verzenden.

[CAR] Canon van Carthamië

Carthamian Federation

Moderator: Kathor

Plaats reactie
Gebruikersavatar
Kathor
Geoficticus
Berichten: 2036
Lid geworden op: za 05 mei 2012, 14:52

[CAR] Canon van Carthamië

Bericht door Kathor » zo 22 mar 2020, 21:50

Omwille van een praktisch probleem in het topic [CAR] Geschiedenis, namelijk dat de openingspost over de 60.000 tekens lang is geworden, ben ik genoodzaakt om het topic op te splitsen. [CAR] Geschiedenis zal zich vanaf nu volledig toespitsen op de gespecialiseerde artikels. Dit nieuwe topic zal dienen als Canon, die op overzichtelijke wijze het verhaal van Carthamië zal vertellen.
Laatst gewijzigd door Kathor op ma 23 mar 2020, 00:45, 2 keer totaal gewijzigd.
Aena te onða teya flu|leya Aena te onða teya flulleya

Gebruikersavatar
Kathor
Geoficticus
Berichten: 2036
Lid geworden op: za 05 mei 2012, 14:52

Re: [CAR] Canon van Carthamië

Bericht door Kathor » zo 22 mar 2020, 21:52

Deel 1: Carthamië voor de eenmaking (8000-200 BCE)

De Cyleno-Nagaskische Migratie (8000-5000 BCE) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
De Aquilen waren tijdens de IJstijd net als grote delen van Noord-Amerika bedekt onder de Laurentide ijskap. Toen de Laurentide ijskap zich langzamerhand begon terug te trekken op het einde van de IJstijd kwamen grote delen van het westen van de VS en Canada vrij. Tussen Newfoundland en de Aquilen ontstond er 9000 jaar geleden landbrug die 1000 jaar later alweer onder water zou lopen. In deze periode migreerden vele inheemse Noord-Amerikanen via deze landbrug naar de Aquilen en zo naar de rest van Borealië. Deze migratie staat bekend als de Cyleno-Nagaskische Migratie, naar het bekendste volk dat toen van Noord-Amerika naar Atlantis migreerde: De Cyleno-Nagasken.

Hoewel wordt aangenomen dat de Cyleno-Nagasken de eerste menselijke bewoners van Atlantis (en dus van Carthamië) waren zijn daar recent twijfels over ontstaan. In 2007 werden bij de bouw van een ondergrondse parkeergarage in Hune sporen gevonden van een cultuur (sporen van menselijke activiteit) die tot 2000 jaar ouder zijn dan de Cyleno-Nagasken. De Hunecultuur, zoals deze gedoopt werd, wordt momenteel nog uitgebreid onderzocht en er is veel controverse onder de archeologen over hun precieze afkomst en datering. Aangenomen wordt dat de Hunecultuur geabsorbeerd werd door de Cyleno-Nagasken en de Cyleno-Nagasken de gemeenschappelijke voorouders zijn van álle inheemse volkeren in Atlantis. Naarmate de Cyleno-Nagasken zich verspreidden ontstonden er twee groepen rond 5000 BCE. In het oosten van Borealië ontstond de Nagaskische cultuur en in het westen van Borealië (waaronder Carthamië) de Cyleense cultuur.
Neolithische Revolutie (4000 BCE) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
De Cylenen waren van oorsprong jager-verzamelaars, deze jager-verzamelaars waren nomaden en leefden in clans van rond de 20 man. De Cylenen die in het warme zuidwesten van Atlantis woonden ontdekken rond 4000 BCE echter hoe men aan landbouw moet doen. De gewassen die de Cylenen leerden telen groeiden echter alleen maar goed in het mediterraanse klimaat van Zuidwest-Borealië, waardoor de landbouw in Noord-Borealië pas 1000 jaar later ontstond. Hierdoor ontstond er binnen de Cyleense cultuur een nieuwe scheiding, namelijk tussen de noordelijke Cylenen die nog langer als jager-verzamelaars bleven leven en de zuidelijke Cylenen. Deze laatste groep zal zichzelf na verloop van tijd de Carthisken noemen, letterlijk de 'mensen uit het warme land'. Het voornaamste gewas dat deze nieuwe landbouwers teelden is Durin, een Borealische graansoort.

De introductie van de landbouw had voor de Carthisken erg grote gevolgen. Men moest niet langer rondtrekken om voedsel te vinden en men kon zich op één bepaalde plek vestigen. Er ontstonden grotere gemeenschappen dan de clans die men zag bij de jager-verzamelaars en zo ontstonden de eerste dorpen. Binnen deze dorpen deed niet langer iedereen exact hetzelfde werk maar ontstonden er gespecialiseerde beroepen: boeren, ambachtslui, handelaars, krijgers, e.a. Men vermoedt dat deze dorpen geleid werden door een soort priester/wijze of 'Lostin', letterlijk 'iemand die kennis heeft". De Lostin was altijd een vrouw, wat wijst op het feit dat de vroegste Carthiskische cultuur een matriarchie was. Deze Lostin was op zowel religieus, economisch als politiek vlak de baas, de rest van het volk waren haar onderdanen maar het volk was verder gelijk aan elkaar. Er was nog niet veel sprake van slavernij.

Hoewel het merendeel van de landbouw nog altijd met stenen werktuigen werd gedaan, en daarom ook de naam neolithicum of nieuwe steentijd had, ontstonden rond 3400 BCE de eerste werktuigen die bestaan uit koper. Koper is echter niet zo heel stevig waardoor het niet gebruikt kon worden voor wapens of andere spullen buiten sieraden en landbouwwerktuigen.

In Herelen, Carthiskië zijn in 1952 sporen teruggevonden van een grote nederzetting uit het neolithicum. Om deze reden claimt Herelen de oudste continu bewoonde stad van het westelijk halfrond te zijn. Hoewel deze claim onzeker is is er wel een prachtig openluchtmuseum te vinden op de site van de vondst.
Vroege Bronstijd (3000-1900 BCE) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
Technologische innovatie
In het derde milennium BCE vonden er enkele nieuwe ontwikkelingen plaats die tot een nieuwe technologische revolutie zouden leiden in Carthamië.
  • Men begon met het cultiveren van de Aiosa of de Borealische Aardappel. Het is onbekend waarom men pas zo laat was beginnen met het cultiveren van deze knolgroente. De Aiosa is erg voedzaam en makkelijker te bereiden dan de graansoorten die hiervoor werden gecultiveerd. De Aiosa kan ook prima groeien in het koudere klimaat van Noord-Borealië, waardoor ook de noord-Cylenen (vanaf nu Cylenen) rond 2800 BCE aan landbouw begonnen te doen.
  • De Carthisken ontdekken dat door tijdens het smeltproces tin toe te voegen aan koper men een veel sterker metaal bekomt: brons. Brons kan in tegenstelling tot koper bijna overal in gebruikt worden. Al snel ontstaan er wapens en pantsers uit brons die veel sterker zijn dan wapens uit steen. De Kopertijd kwam ten einde en de Bronstijd begon.
Sociale veranderingen
Door deze nieuwe ontwikkelingen barsten de nederzettingen uit hun voegen en ontstaan er grote steden. Deze steden krijgen al snel een veel complexere sociale orde dan de neolithische dorpjes:
  • Er komt een mannelijke krijger-koning of 'Alecon' aan de macht, 'Alecon' betekent letterlijk legeraanvoerder. Deze houdt zich bezig met de politiek en de economie.
  • De Lostin blijft bestaan maar behoudt enkel haar spirituele en intellectuele taken en wordt de belangrijkste niet-militaire adviseur van de Alecon. De Lostin kreeg er echter een taak bij, ze werd hoofd van de bureaucratie binnen de stad. Onder haar stonden een tiental Quenseda of ambtenaren. Deze ambtenaren waren zowel mannelijk (heel vaak homoseksueel) als vrouwelijk
  • Onder de Alecon staan zijn krijgers of 'Osceda'. Deze krijgers zijn de trouwe volgers van de Alecon en voerden zelf groepjes dienstplichtige soldaten aan, de zgn. 'bedurrona' of ingeschrevenen, naar de lijsten waarop de diensplichtigen zijn ingeschreven. Het kwam soms wel eens voor dat een Osceth de macht greep en zichzelf tot Alecon liet uitroepen.
  • Daarna komt het gewone vrije volk bestaande uit ambachtslui, boeren, handelaars, dienstplichtigen, gewone priesters, ambtenaren, e.a. Deze zijn allemaal verantwoording aan de Alecon verschuldigd en hebben weinig invloed op het bestuur. Ze zijn echter wel vrij in hun gaan en staan.
  • Tot slot is er ook een onderklasse: de onvrijen. Onvrijen waren enerzijds krijgsgevangenen en anderzijds mensen die hun schulden niet meer konden terugbetalen en zichzelf verkocht hadden.
Afbeelding
Overzicht van de sociale orde in het merendeel van de Carthiskische stadstaten tijdens de vroege bronstijd.

Schrift
Om de groeiende administratie van deze nieuwe steden bij te houden ontstond rond 2500 BCE een schrift. Dit schrift is een logografisch schrift, dat wil zeggen dat ieder karakter in het schrift een woord voorstelt, waardoor er duizenden karakters waren. Het aantal mensen dat kon lezen en schrijven was daarom erg gering, vandaar dat er ook een aparte klasse van ambtenaren was. Dit schrift werd oorspronkelijk enkel gebruikt voor de boekhouding van o.a. de voedselvoorraden van stadstaten. Hoewel het aantal geschreven documenten uit de vroege bronstijd beperkt zijn, zijn enkele van hen bewaard gebleven en blijken van onschatbare waarde te zijn:
  • Het lied der Vijf Koningen (2100 BCE): Een zang over een oorlog tussen vier koningen. Het document is één van de oudste nog bestaande literaire werken ter wereld. De zang beschrijft een mythische oorlog tussen vier koningen die, afgaande op het lied, moet hebben plaatsgevonden rond het jaar 2500 BCE. Het verhaal staat bol van de goddelijke interventies en epische veldslagen. Het Lied had volgens latere historische document in de gehele literaire Atlantische wereld eenzelfde aanzien als de Ilias en Odyssee. Van de vier steden die beschreven zijn in het lied bestaat alleen Othanis nog. De drie andere steden zijn vandaag de dag ruïnes waarvan er eentje zelfs onderwater voor de kust van Avamië ligt. Of de oorlog zoals beschreven in het lied plaatsgevonden heeft is giswerk.
  • Het kookboek van Kthorak (echte titel onbekend, 2000 BCE): Een ander werk uit deze tijd is gek genoeg een kookboek. Het kookboek van Kthorak, vernoemd naar de plek waar in 1899 een exemplaar van is teruggevonden, geeft enkele recepten uit die tijd. Vermoedelijk was het kookboek religieus van aard, de recepten in het boek beschreven zijn feestmalen en bij het bereiden wordt het uitvoeren van enkele rituelen aangewezen.
Kaart van West-Borealië rond 2000 BCE
Afbeelding

Noord-Cyleense cultuur (blauw)
  • Blauw bolletje: Noord-Cyleense stad
  • Blauwe cirkel: Noord-Cyleense invloedssfeer
Carthiskische cultuur (rood)
  • Rood bolletje: Carthiskische stad
  • Rode cirkel: Carthiskische invloedsfeer
Eduona: Cylenistische stammen
Teperda: Nagaskische stammen
Misnido: Onbekende stammen

Einde van de vroege Bronstijdcultuur
In 1899 BCE was er een verschrikkelijke uitbarsting van de Mons Zefcra op het eiland Zefcer in de Aquilen. De uitbarsting ging gepaard met een zware zeebeving en tsunami die de kusten van West-Borealië overspoelde. Meerdere kuststeden zoals Kthorak en Etapu werden verzwolgen door de golven en sommige steden kwamen door zware erosie niet meer boven water, zoals Etapu. De grootschalige ramp veroorzaakte een periode van economische en politieke terugval. Dit werd verergerd door invallen van nomadische volkeren uit andere delen van Borealië, zoals de Nagasken en de Noord-Borealiërs. Deze laatste groep duikt rond 1900 BCE op uit het niets en over hun afkomst wordt vandaag de dag nog druk gespeculeerd.
Late Bronstijd (1500-500 BCE) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
Na het rampjaar 1899 BCE kenden de Carthikische stadstaten een langere periode van verval. De steden worden kleiner omdat het handelsnetwerk zogoed als ingestort is en iedereen weer terug voor zichzelf eten moest voorzien. Er was weinig tijd voor de hogere kunsten, wat blijkt uit de grote afwezigheid van (geschreven) cultuur uit deze periode.

De Noord-Borealische en Nagaskische stammen die op het einde van de vroege Bronstijd Carthiskië binnenvielen koloniseerden delen van het noorden en oosten van de beschaving en assimileerden deels met de Carthiskische cultuur. Met name de stadstaten onder Noord-Borealische vorm zouden andere culturele en politieke accenten hebben, maar ze werden nog altijd door hun tijdsgenoten gezien als onderdeel van de grotere Carthiskische beschaving. Algemeen werden de Carthiskische stadstaten militaristischer in de late bronstijd, bijna alle steden werden ommuurd en het landschap was bezaaid met versterkingen en militaire buitenposten.

Afbeelding
Hier klikken voor een vergrote versie

Politiek
Veel van de staten raken na enkele eeuwen van verval terug in opbloei. In meerdere staten hadden zich grondige veranderingen opgedrongen. Doordat veel steden zonder koning vielen ontstonden er andere vormen van bestuur die vernoemd worden naar wie er de macht had.
  • Aleconaat: Een voortzetting van het systeem van de vroege bronstijd, met een Alecon als staatshoofd.
  • Lostinaat: Een stadstaat waarin de Lostin de macht heeft. Deze staatsvorm komt vaker voor bij stadstaten met een religieuze aard zoals Lotha, Asim en andere heiligdommen.
  • Olsinaat: Een stadstaat die geleid werd door edelen, deze claimen in veel gevallen nakomelingen te zijn van de laatste Alecon van de stad in kwestie.
  • Oscetaat: Een staat die geleid werd door een Osceth of een raad van Osceda. Deze staten waren vaak militaristisch van aard en waren vooral wijdverspreid in het noorden van Carthiskië, Stelmië en Neurië. Deze stadstaten waren vaak overgenomen of opgericht door geassimileerde Noord-Borealiërs.
  • Migasaat: Een staat waar de rijksten de macht hebben, vernoemd naar handelaars (Migasora) die zeker in rijke handelssteden zoals Kthorak en Lezrahym de macht hadden.
  • Bisidaat: Een staat waarin de vrijen of het volk de macht had. Deze kan beschouwd worden als een Carthiskische vorm van vroege democratie. Vaak ging het hier alsnog maar om beperkte groepen mensen die de macht hadden, zoals ouderen of krijgers.
  • Suronaat: Een variant van een bisidaat waarin geen raad maar één persoon de macht had, deze persoon werd verkozen door het volk. Deze staatsvorm kwam oorspronkelijk in kleinere, rurale stadstaten voor maar werd vooral in de kolonies (zie verder) dé staatsvorm.
De geopolitieke structuur van Carthiskië veranderde grondig. Hoewel er nog steeds geen sprake was van een eengemaakt Carthiskisch Rijk ontstonden er wel staten die groter waren dan één stad en haar directe ommeland. Deze waren nog altijd meer uitzondering dan regel, maar ze kwamen in beperkte mate voor en hadden een stevige invloed op andere staten.

Economisch
Na de donkere tijden van 1900-1650 BCE warmde het klimaat in Atlantis op en leidde tot een bevolkingsboom. Nieuwe landbouwtechnieken speelden een voorname rol om dit te faciliteren. Er ontstond echter al snel een nieuw probleem, er was geen land meer voor al die extra mensen. Dit, samen met hogere voedselprijzen door de toegenomen bevolking, zorgde voor onrust in de Carthiskische stadstaten.

Onder deze bevolkingsexplosie begonnen de Carthiskiërs zich langzamerhand uit te breiden naar andere streken in Borealië. Er was hierbij sprake van twee soorten van kolonisatie:
  • Vestigingskolonisatie: Een gecoördineerde migratie van vele honderden mensen vanuit één staat naar een andere regio in Borealië. De bedoeling was om op die plek een nieuwe, onafhankelijke staat op te richten waar de voorheen landloze boeren konden leven. Deze methode werd vaak door Aleconaten en andere autocratisch-bestuurde stadstaten gebruikt om "ongewenste elementen" uit de maatschappij zoals filosofen, hervormers en onrustige burgers te verwijderen. Veel van de vestigingskolonies werden sterk beïnvloed door deze ongewenste elementen en kregen een democratischer karakter, velen werden Suronaten.
  • Handelskolonisatie: Een minder gecoördineerde migratie van hoofdzakelijk handelaren naar andere, relatief ontwikkelde gebieden buiten Carthiskië om handel te drijven met de lokale bevolking.
belangrijke gebeurtenissen in dit tijdperk:
De verdrijving van de Menlicen (1400 BCE - 500 BCE): De Menlicen waren de inheemse bewoners van de Aquilen in het 2e millenium BCE. Omdat de Aquilen door de Carthisken werden gekoloniseerd (vestigingskolonisatie) ontstond er een bloederige rivaliteit tussen beide groepen die honderden jaren zou duren. Langzamerhand schoven de Carthiskische nederzettingen meer op naar het noorden en de Menlicen werden teruggedreven tot het binnenland van het eiland Aguila.
De Carthiskische Bond (999-982 BCE/ 910-907 BCE/ 812-808 BCE): Omwille van een reeks gecoördineerde invallen door zowel Cylenistische Eduonen als Noord-Borealische Proto-Lurariërs spanden een groot deel van de Carthiskische stadstaten samen om deze invallen tegen te gaan. De Carthiskische Bond die hier resulteerde wordt door sommige historici gezien als de alleroudste Carthaamse staat, hoewel ze in feite niets meer was dan een flink uit de kluiten gewassen alliantie. De Bond zou nog verschillende malen terugkomen bij nieuwe, grootschalige invallen van de Noord-Borealiërs.
Begin van de Ennische Oorlogen (±1150 BCE - ±800 BCE): De zuidelijke Carthiskische stadstaten, in wat nu Dumerië is, vechten in deze periode een bijna onuitputtelijke reeks oorlogen tegen de Enniërs. Het doel is om de Carthiskische kolonies ten oosten van de straat van Asture in stand te houden en om mogelijkerwijze de Enniërs te onderwerpen aan het gezag van de stadstaten Asture, Mattem en Agode.
De Centraal-Borealische Explosie (18 april 822 BCE): Mogelijkerwijze een van de meest mysterieuze fenomenen die zich ooit heeft voorgedaan in Atlantis. Een bijzonder grote meteoriet treedt de dampkring binnen en ontploft zo'n 5 à 10 kilometer boven de hoge Fugesen in het centrum van Borealië. De explosie, die waarschijnlijk een kracht had van zo'n 20 megaton aan TNT (vergelijkbaar met de kracht van twee grote waterstofbommen), zorgde ervoor dat een aanzienlijk deel van Centraal-Borealië compleet verwoest werd. Bomen werden in een omtrek van meer dan honderd kilometer ontworteld, rivieren traden uit hun oevers en veranderden van loop en er was zware schade in een nog veel ruimer gebied. De impactzone was nog vele honderden jaren na de explosie onbewoonbaar, en het kreeg in de taal van latere Germaanse invallers de naam Nymolan.
Na de explosie (822 - 500 BCE) (Herwerkt!):
Spoiler: weergeven
De ramp
Het overgrote merendeel van de Carthiskische stadstaten werd bespaard van grote schade. Veel Carthiskiërs in wat nu Zuid-Carthamië en Dumerië is waren ooggetuige van het schouwspel. In Kthorak, zo'n 500 kilometer van ground zero, beschreef de filosoof Yagesth de dove een enorme vuurbal en oorverdovende knal die door de bevolking van de stad in horror werd waargenomen. 170 kilometer van ground zero in Agode, thans de Karktische havenstad Oca, namen duizenden mensen een enorm object waar dat aan een hoge snelheid door de lucht zoefde. In Carthiskische nederzettingen aan het Elzameer, zo'n 100 kilometer van ground zero, liepen mensen die buiten waren ernstige brandwonden op. Dichter bij de explosie groeit de speculatie, in een straal van minstens 120 kilometer rond het epicentrum werden bomen omvergeworpen. Dichter bij het epicentrum leefden proto-Nagasken, men kan alleen maar vermoeden dat velen van hen het er niet levend van af hebben gebracht en een gruwelijke dood zijn gestorven.

Na de ramp: De Grote Ennische Oorlog
De directe gevolgen waren duidelijk, puin van de explosie regende tot wel 200 kilometer verder neer op het landschap, de impact veroorzaakte een aardschok die met name in Agode, Mattem en Blomastic gebouwen deed instorten. De oogst mislukte enkele malen door het stof dat in de stratosfeer bleef hangen. Misschien wel het grootste gevolg was dat het anders zo trotse Carthiskische volk zwaar getraumatiseerd was door de gebeurtenis.

In deze vlaag van onzekerheid schoot men in een zelotische reflex. De Carthisken begrepen maar niet wat deze grote ramp veroorzaakt had en zochten naar het antwoord in hun Cylenistische geloof. In vele stadstaten ontstonden groepen van religieuze fanatici die het einde van de cyclus proclameerden (in het Cylenistische geloof is er geen sprake van een lineair maar van een cyclische tijdsrekening). Ook de gewone man ging meer aandacht spenderen aan het religieuze en dat liet zich voelen. De handel ging achteruit en er ging veel geld naar het bouwen van tempels en andere heiligdommen om de faeries gunstig te stemmen.

Hoewel de Noord-Borealiërs oorspronkelijker zwaarder getroffen werden door de ramp, recupereerden zij sneller van de gevolgen. Het gevolg was dat er zeker door de Enniërs een ongezien offensief tegen de Carthisken begonnen. De Enniërs werden kort na de ramp verenigd onder één koning, Tudroth I. In de eeuw na de grote ramp verloren de Carthisken Mattem, Asture, Conatic, Delath, Senop en ommelanden aan de Enniërs en Boïers. Een belegering van Othak tussen 721 en 720 BCE mislukte en de Ennische invasie van Gepithra (Insubria) mislukte hierdoor. Ook de belegering van Agode in 710 BCE liep op een sisser af voor de Enniërs. Deze nederlaag sloot de weg richting het hartland van de Carthisken eveneens voor hen af.

Afbeelding

Het Koninkrijk der Enniërs
Na de nederlaag bij Agode consolideerden de Enniërs hun koninkrijk. Ze namen van de veroverde Carthisken veel over, met name de organisatie van de maatschappij en verschillende technologieën. De Carthisken binnen het koninkrijk kregen speciale rechten en het bestuur van Asture, Mattem en enkele andere voormalige stadstaten bleef grotendeels in handen van de lokale, Carthiskische elite.

Hoewel het Ennische Koninkrijk op papier de machtigste staat in West-Borealië was, had het land vanaf de 7e eeuw BCE te maken met grote interne strubbelingen. Het land had, met uitzondering van de autonome vroegere Carthiskische stadstaten, nog altijd een bestuursvorm die vooral geschikt was voor het besturen van stammen. De Ennische koningen probeerden wel hervormingen door te voeren, maar dit stuitte op veel tegenstand bij andere stammen. Het koninkrijk ging tegen de 6e eeuw BCE ten onder en enkele Carthiskische stadstaten herwonnen hun vrijheid.
Nuragen - Illiensers - Sjerden: De Neuren (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
Vanaf 520 BCE werd Borealië opgeschrikt door invallers. Vanuit het oosten overspoelden onbekende zeevaarders met een bleke huidskleur de kusten van Borealië. Hoewel het oosten van het continent dichter bij lag voor hen was het beschaafde westen aantrekkelijker. Eén van deze invallende volkeren waren de Neuren.

De mythe
De Neuren, ook wel Nuragen genoemd als men verwijst naar de periode voor hun aankomst in Borealië, zijn een Indo-Europees volk dat afkomstig is van Sardinië. In Griekse en Romeinse historische bronnen staan de Neuren ook wel bekend als de Illienses. Deze naam komt omdat volgens deze bronnen de Illienses afstammen van de inwoners van Illion, beter bekend als Troje. De mythe gaat dat een Trojaanse prins genaamd Nouros (vandaar de naam Neuren) samen met zijn volgelingen de stad ontvlucht was tijdens de val van Troje. Na een lange en epische reis belandden hij en zijn volgelingen op het eiland Sardinië waar ze op aanraden van de goden een tweede Troje moesten stichten. Het verhaal toont erg veel gelijkenissen met de Aeneis van Vergilius, hoewel dit verhaal pas in de 1e eeuw BCE werd neergeschreven in Rome. Vermoedelijk stammen beide verhalen af van dezelfde mythe die eeuwenlang alleen mondeling werd doorverteld. De Nuragen en Romeinen waren immers beide Italische volkeren en hadden een gemeenschappelijke afkomst.

Van Egypte tot Carthago
Op Sardinië triomfeerde de Nuragische beschaving in de eerste helft van het eerste millennium BCE. De Nuragen worden gezien als het eerste volk in het westelijke Middellandse Zeebekken dat ijzer smeedde, reeds rond het jaar 1300 BCE. Het is in die hoedanigheid dat de Nuragen in de geschiedschrijving (en dus niet in de mythologie) in verband worden gebracht met de Zeevolken, meer bepaald de Sjerden die rond 1220 BCE het Egypte van Farao Ramses de Grote plunderden.

Toch zou het geluk van de Nuragen keren. Sardinië werd in de 6e eeuw BCE doelwit voor het uitbreidende Carthaagse Rijk. Onder koning Hasdrubal I van Carthago werden de kusten van het eiland bezet door de Carthagers, maar het binnenland en het noorden van het eiland bleven in handen van de inheemse Nuragen. Veel Nuragen die in de kuststreek woonden traden in dienst van de Carthaagse marine. Het was in deze hoedanigheid dat Nuragen reeds in de 4e eeuw BCE voet aan land hebben gezet buiten Europa. De Carthaagse ontdekkingsreiziger Himilco, die Nuragen als onderofficieren had, heeft op zijn ontdekkingsreizen richting Noordwest-Europa ook Oost-Borealië aangedaan.
Europese Invallen (520 BCE - 200 CE) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
De Europese invallen die vanaf 520 BCE plaatsvonden in Borealië vonden plaats in verschillende fases tussen 520 BCE en ±100 BCE. Allereerst een kaart met de situatie aan de vooravond van de eerste invallen:
Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!

Fase 1: Arton de Neur en zijn 1000 Artoniden (520 - 420 BCE)
De Neuren werden gedwongen om Sardinië te verlaten nadat de Carthagers alsmaar meer de Nuragen gingen onderdrukken. De eerste groepjes Neuren onder leiding van hun stamvader Arton (nog steeds een populaire jongensnaam in Carthamië) duiken rond 520 BCE op aan de westkust van Borealië. Deze "Artoniden" nemen enkele eilanden in de Catonis in en beginnen met deze te koloniseren. De Neuren zijn superieur in hun vechtkunst, deels door betere tactieken, deels door het ijzer dat ze gebruikten en dat superieur is aan het brons van de Carthisken. Ze onderwerpen zonder al te veel moeite de Carthiskische inwoners van de Catonis en er ontstaat het Neurs-Carthiskische "Koninkrijk der Artoniden". Deze staat was uniek in de zin dat de Neuren en de Carthisken na verloop van tijd veel van elkaar gingen overnemen. Het Neurs werd de lingua franca op de eilanden, maar de Neuren namen wel een aanzienlijk deel van de Cyleense religie over van de Carthisken.

Door Neurse piraterij op de Scipionische Zee wordt het handelsverkeer tussen de Aquilen en het vasteland ernstig verstoord, tin van de Aquilen raakt niet meer op het vasteland en koper van het vasteland niet meer op de Aquilen. Het wordt moeilijker om brons te produceren waardoor veel staten ernstig verzwakt raken. Van deze zwakte maken de Aningaren, een Lurarische stammenconfederatie, gebruik om hun macht fors uit te breiden. Onder leiding van stamvader Aningar vallen ze Sanhath en de Eduonische Stadstaten binnen en vormen ze een nieuw, eengemaakt koninkrijk dat zich uitstrekt van Radesth (thans Pötama) tot de Hilgar. Het land krijgt de naam Aningarije, naar de eerste koning: Aningar.

De kennis van het ijzersmeden begint zich echter te verspreiden onder de Borealische volkeren. Een groep Artonidische bannelingen reist noordwaarts en sluit een overeenkomst met enkele Cyleense stadstaten in wat nu Nionië is. In ruil voor de geheimen van de kunst om ijzer te smeden mochten deze Artonidische bannelingen de stad Araðane overnemen. De Cylenen blijven zo grotendeels gespaard van het plotse tekort aan brons dat voor ernstige problemen zorgt in het zuiden van het continent.

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!

Fase 2: De Neurse Expansie (420 BCE - 200 BCE)
De Neuren hielden het echter niet bij de Catonis en de stad Aradane. Vanaf 420 BCE kwam een nieuwe Neurse veroveringsgolf op gang. Hiervoor waren enkele redenen:
  • Politieke onrust in het Koninkrijk der Artoniden: In de Artoniden was er onrust omwille van sociale veranderingen binnen de staat. De staat vercarthiskiseerde verder en begon het bestuur van de staat alsmaar meer te lijken op een Carthiskisch Aleconaat, met een uitgebreide administratie en hofhouding. De Artoniden begonnen ook hun relaties op te bouwen met de Carthiskische stadstaten en zich te mengen in het politieke theater aldaar. Behoudsgezinde elementen binnen de samenleving rebelleerden openlijk tegen deze veranderingen.
  • Handelscontacten: De Vercarthiskisering van de Artoniden had als gevolg dat de handel met de Carthiskische buren bloeide.
  • Nieuwe golf Sardijnse vluchtelingen: De rivaliteit tussen de Romeinen en Carthagers had zijn invloed op Sardinië, het eiland werd tegen het midden van de 3e eeuw BCE een openlijk strijdtoneel tussen beide grootmachten in de Punische Oorlogen. De laatste Nuragen die zich niet wilden onderwerpen trokken per boot richting de nieuwe Nuragische staten in Borealië.
Vanaf 420 BCE ontstaan door deze redenen de volgende Neurse staten:
Gardothië en Hetmanië: De koninkrijken Gardothië en Hetmanië ontstaan nadat Koning Argos van de Artoniden openlijk de oorlog verklaart aan de behoudsgezinden in 403 BCE. Deze slaan op de vlucht en vestigen zich in de archipels ten zuiden van de Aquilen. Van daaruit plegen ze piraterij op zowel Carthisken als Neuren en onderwerpen ze de lokale, Carthiskische bevolking. Een invasie van Melos (Een eiland met o.a. Nåtha, Cordos en Melda) mislukt na de vorming van een samenwerkingsbond tussen alle Carthiskische staten op het eiland. Melos blijft het enige Carthiskische eiland in de Aquilen. De Neurse samenleving in zijn meest traditionele vorm bleef hier bestaan tot de 2e eeuw CE.

Lezrahym: Lezrahym ontstaat op veel vreedzamere wijze dan Gardothië en Hetmanië. Dezelfde Koning Argos stuurde in 412 BCE een handelsdelegatie uit richting het Migasaat Kthorak met de vraag of de Artoniden een handelsnederzetting mogen oprichten. De oligarchische bestuurders van Kthorak stellen hierop een relatief drassig land ten noordwesten van Kthorak tot de beschikking. De kolonie die er in 405 BCE opgericht wordt kreeg de naam Lezrahym, letterlijk het huis van Lezra, Lezra was één van de zonen van Koning Argos en ging de kolonie leiden.

Lezrahym groeide in de 4e eeuw BCE uit tot een erg machtige stadstaat, het tapte als nooit te voren uit de rijkdom van de Carthiskische stadstaten en werd geavanceerder dan het moederland. De Lezrahymers leerden de Carthisken ook hoe ijzer te smelten waardoor ook zij de overgang maakten naar het ijzertijdperk. Met deze kennis openden in de Fugesen grote Carthiskische mijnen, de bergen bleken namelijk vol te zitten met ijzer. Lezrahym werd tegen de 3e eeuw BCE het handelscentrum van West-Borealië en dit bracht vele duizenden inwijkelingen met zich mee. De stad was rond 200 BCE waarschijnlijk de eerste kosmopolitische stad in het Westelijk Halfrond met een bevolking van mogelijk 300.000 inwoners, waardoor het een van de grootste steden van dat moment was, vergelijkbaar met Alexandrië in Egypte.

Kardogië en Partasië
Kardogië en Partasië ontstonden nadat de Artonidische broers Kardogo en Partas verbannen werden uit het Koninkrijk en met een legertje volgelingen en huurlingen noordwaarts trokken om een nieuw koninkrijk te stichten. Kardogo en Partas werden verbannen nadat ze hadden opgeroepen dat ze een visioen hadden ontvangen van de goden waarin ze een nieuwe Neurse staat moesten oprichten op het vasteland. Kardogo en Partas nemen het huidige Kardog en Neurië in en stichten er een diarchie (koninkrijk met 2 vorsten) rond 350 BCE. Kardogo en Partas vallen echter al snel uit elkaars gratis en het koninkrijk splitst op in de staten Kardogië en Partasië, geleid door de broer naar wie het land respectievelijk is vernoemd.

Kardogië consolideert al snel en bouwt handelscontacten op met de andere staten in West-Borealië, maar Partasië onder koning Partas en zijn opvolgers bleef proberen zichzelf uit te breiden. in de jaren 320 BCE viel Partas Aningarije binnen in een poging om Aningvalder en de vroegere Eduonische stadstaten over te nemen. Partas maakte serieuze terreinwinsten maar verloor de eindslag tijdens de slag bij Aningvalder in 322 BCE.

Zijn zoon Gados probeert Overland in te nemen aan het begin van de 3e eeuw BCE. Hoewel hij erin slaagt het grootste deel van het schiereiland in te nemen slaagt hij er niet in om de drieduizend jaar oude Cyleense stad Nae Asth over te nemen. Toch wordt het overige deel van Overland een belangrijke gebiedsuitbreiding voor Partasië, Gados sticht er in 289 een nieuwe hoofdstad genoemd naar zijn vader, Partas.

Slag om Asim
De expansiedrang van Partasië kwam tot een hoogtepunt in 201 BCE. Een enorm leger van Partasiërs en Kardogiërs o.l.v. de Partasische koning Eldos viel de lostinaten Asim en Lotha aan. Deze aanval op de twee heilige steden in het Cylenisme zorgde voor een golf van eenheid in de Cylenistische wereld. De Carthisken, Cylenen en Cylenistische Neuren uit Aradane, de Artoniden en Lezrahym zonden legers om de heilige steden te beschermen. Deze coalitie stond onder leiding van de Osceth van Balgis, Padenoth. Het gevolg was een gigantische veldslag die in juli/augustus 201 BCE werd uitgevochten aan de oevers van het Aurbismeer in Stelmië. Deze slag, die in de Carthaamse historiografie vroeger bekend stond als de Slag om Borealië, zou aan 200.000 man het leven gekost hebben en eindigde in een nipte overwinning voor de Cylenisten. Padenoth werd een held in de Cylenistische wereld, en zijn nakomelingen genoten in de eeuwen erna veel aanzien en stichten de dynastie der Padenoïden.

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!
Aena te onða teya flu|leya Aena te onða teya flulleya

Gebruikersavatar
Kathor
Geoficticus
Berichten: 2036
Lid geworden op: za 05 mei 2012, 14:52

Re: [CAR] Canon van Carthamië

Bericht door Kathor » ma 23 mar 2020, 04:08

Deel 2: De eenmaking van Carthamië (200 BCE-... CE)

Nieuwe Invallen (200 BCE - 50 CE) (Onder constructie)
Spoiler: weergeven
De slag om Asim in 201 BCE had zowel de Carthisken als de Neuren erg verzwakt achtergelaten. Van deze zwakte maakten nieuwe Europese invallers gebruik, de Karktiërs.

De Karktiërs zijn een pre-indo-europees volk dat mogelijk verwant is aan de Basken. Vast staat dat zij tot 200 BCE woonden aan de Franse westkust en op het noordelijke deel van het Iberisch Schiereiland. De Karktiërs werden door de Romeinen in de 2e eeuw BCE verdreven en kwamen in de loop van diezelfde eeuw aan in Borealië. Zij vestigden zich in het territorium van de fel verzwakte Enniërs en deze assimileerden zich aan de Karktiërs. De Karktiërs lieten de Carthisken verder met rust. Groepjes Karktiërs die het niet eens waren met de besluiten van hun leider (de xahala) gingen zich regelmatig vestigen in de zuidoostelijke Carthiskische stadstaten, met of zonder toestemming van de stadstaat zelf.

De laatste Europese invallers waren Romeinse vluchtelingen. Overtuigde Republikeinen ontvluchtten de val van de Romeinse Republiek ten tijde van Caesar's Burgeroorlog en vestigden zich op het eiland Ursica. De Dumeriërs, zoals ze zichzelf noemden, sloegen erin om op bijzonder efficiënte wijze de lokale bevolking, de Boii te onderwerpen en te assimileren. Tegen 28 CE hadden de Dumeriërs naast Ursica ook Lux, Herulia en Boia in handen. Hierbij namen de Dumeriërs ook de Carthiskische stadstaat Balisen in. Het zou de eerste confrontatie in een hele lange reeks conflicten worden tussen de Dumeriërs en Carthisken.

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!
De Eenmaking van Carthiskië (50 CE - 110 CE)
Spoiler: weergeven
In de Carthiskische wereld was er na de slag bij Asim in 201 BCE meer en meer het idee ontstaan dat alle Cylenistische volkeren (Carthisken, Cylenen en Neuren) zich moesten verenigen tegen niet-Cylenistische indringers. Dit leidde reeds in de 1e eeuw BCE tot de oprichting van de Pan-Carthiskische marine, die de gezamenlijke handels- en politieke belangen in de Lyrische Golf en de Zuidelijke Scipionische Zee moest veilig stellen van de Karktiërs en de Dumeriërs. Verder gingen ook op militair vlak een hoop stadstaten meer samenwerken, dit steeds meer onder leiding van de Padenoïden, de afstammelingen van de legendarische Balgische legeraanvoerder Padenos bij de Slag bij Asim (201 BCE).

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!

De Partasiërs waren in de eeuwen na de nederlaag bij Asim ook niet blijven stilstaan. Er ontstond een personele unie met Kardogië en beide landen smelten samen tot het Koninkrijk Neurië. In de 1e eeuw BCE beginnen ze met het koloniseren van de oostkust van Menlicië, thans Aguila, het grootste eiland in de Aquilen. Hierdoor werden de Menlicen naar het binnenland verdreven. Het nieuwe Koninkrijk Neurië converteerde naar het Cylenisme en er ontstonden betere banden met de Carthiskische wereld.

De positie van de Carthiskische stadstaten kwam steeds meer onder druk te staan. De Karktiërs worden in de 1e eeuw CE steeds onrustiger en gaan over tot een de facto inname van de oostelijke Carthiskische stadstaten. Amina Padenos, de Alecon van Balgis (Balgis was sinds 188 BCE een Aleconaat) was de eerste persoon die overging tot het definitief verenigen van Carthiskië. In 108 CE trok een leger van Karktiërs, ondersteund door Dumerische en Aningaarse huurlingen, richting het hart van de Carthiskische wereld. Historici vermoeden dat de toenmalige Karktische Xahala (leider) erop uit was om de rest van de Carthiskische stadstaten schatplichtig te maken. Amina Padenos nam de leiding over de verdediging en stuurde naar alle Carthiskische stadstaten een boodschap om troepen te leveren en om het Karktische leger op te wachten. Op 16 september 108 CE troffen het Carthiskische en Karktische leger elkaar bij Dratha, een epische slag werd die dag uitgevochten die resulteerde in een glansrijke overwinning voor de Carthisken.

Door de overwinning van de Carthisken op de Karktiërs, de eerste in bijna 200 jaar, steeg het aanzien van Amina Padenos in heel Carthamië. In veel stadstaten, met name die in West-Carthiskië ontstond er een halve verafgoding van deze bijzondere vrouw, en daar maakte Amina gebruik van. Als bevelhebber van het verenigde Carthiskische leger zorgde ze ervoor dat ze, met behulp van het volk, de controle kreeg over de stadstaten in West-Carthiskië. Voor de eerste keer waren een aanzienlijk deel van de Carthiskische wereld verenigd in een verenigd, Carthiskisch rijk. Amina verplaatste haar hof naar Asim, één van de meest heilige steden in Borealië, om haar claim op Carthiskië kracht bij te zetten.

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!
De Carthaamse Bruiloft en het ontstaan van een Keizerrijk (111-12X CE)
Spoiler: weergeven
Het plotse ontstaan van Carthiskië onder leiding van Alecon Amina zorgde ook in Neurië voor grote ogen. De Neurse Koning Kathor, die pas weduwnaar was geworden nadat zijn eerste vrouw Viria in het kraambed bleef, werd geïnteresseerd in deze briljante en ongehuwde dame. Na een korte correspondentie tussen beiden en enkele ontmoetingen in Asim en Partas volgt een officiële bruiloft te Asim op 15 juli 111 CE. In een speciale ceremonie, die bol staat van de Cylenistische symboliek, werden beiden uitgeroepen tot "Heerser van de Wereld" (in Dumerische bronnen Imperator Mundi). Er werd een nieuw rijk gesticht dat de unie van Carthiskië en Neurië moest symboliseren: Carthamië.

De Oostelijke Subjugatie (112-113 CE)
Toch was het broodje van Carthamië nog niet gebakken, in de uiteinden van de Carthiskische wereld werd vijandig gereageerd op het ontstaan van dit Neurs-Carthiskisch keizerrijk. Met name de Suron (verkozen leider) van Blomastic, Orvas Mesrath, was niet bereid zich te laten integreren. Hij bracht een coalitie op de been in het oosten die, aldus zijn eigen woorden: "De wacht houdt tot dit Neurs-Padenoïdisch misbaksel instort". Amina en Kathor waren na hun huwelijk op militaire expeditie getrokken naar Aningarije om dit gebied in te lijven (vandaag de dag wordt er soms wel grappend naar verwezen als "hun huwelijksreis"). Toen ze de formatie van de coalitie van Blomastic vernomen hadden, planden ze om vanuit het noorden, over de Fugesen, het oosten van Carthiskië binnen te vallen. In de lente van 113 CE steekt het Carthaamse leger, ondersteund van Aningaarse huurlingen, de Fugesen over en verrast het coalitieleger bij Blomastic. In een bloedige slag wint het Carthaamse leger nipt, maar verlenen Kathor en Amina gratie aan de Suron van Blomastic. In een verdrag wordt besloten dat de oostelijke Carthiskische Staten worden geïntegreerd in het keizerrijk, maar hun autonomie behouden. Dit gebied wordt het "Verdragland" genoemd, in het Neurs Avamia (Ava: Verdrag).

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!
Aena te onða teya flu|leya Aena te onða teya flulleya

Plaats reactie

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten