[CAR] Canon van Carthamië

Carthamian Federation

Moderator: Kathor

Plaats reactie
Kathor
Geoficticus
Berichten: 2068
Lid geworden op: za 05 mei 2012, 14:52

[CAR] Canon van Carthamië

Bericht door Kathor » zo 22 mar 2020, 21:50

Omwille van een praktisch probleem in het topic [CAR] Geschiedenis, namelijk dat de openingspost over de 60.000 tekens lang is geworden, ben ik genoodzaakt om het topic op te splitsen. [CAR] Geschiedenis zal zich vanaf nu volledig toespitsen op de gespecialiseerde artikels. Dit nieuwe topic zal dienen als Canon, die op overzichtelijke wijze het verhaal van Carthamië zal vertellen.
Laatst gewijzigd door Kathor op ma 23 mar 2020, 00:45, 2 keer totaal gewijzigd.
Aena te onða teya flu|leya Aena te onða teya flulleya

Kathor
Geoficticus
Berichten: 2068
Lid geworden op: za 05 mei 2012, 14:52

Re: [CAR] Canon van Carthamië

Bericht door Kathor » zo 22 mar 2020, 21:52

Deel 1: Carthamië voor de eenmaking (8000-200 BCE)

De Cyleno-Nagaskische Migratie (8000-5000 BCE) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
De Aquilen waren tijdens de IJstijd net als grote delen van Noord-Amerika bedekt onder de Laurentide ijskap. Toen de Laurentide ijskap zich langzamerhand begon terug te trekken op het einde van de IJstijd kwamen grote delen van het westen van de VS en Canada vrij. Tussen Newfoundland en de Aquilen ontstond er 9000 jaar geleden landbrug die 1000 jaar later alweer onder water zou lopen. In deze periode migreerden vele inheemse Noord-Amerikanen via deze landbrug naar de Aquilen en zo naar de rest van Borealië. Deze migratie staat bekend als de Cyleno-Nagaskische Migratie, naar het bekendste volk dat toen van Noord-Amerika naar Atlantis migreerde: De Cyleno-Nagasken.

Hoewel wordt aangenomen dat de Cyleno-Nagasken de eerste menselijke bewoners van Atlantis (en dus van Carthamië) waren zijn daar recent twijfels over ontstaan. In 2007 werden bij de bouw van een ondergrondse parkeergarage in Hune sporen gevonden van een cultuur (sporen van menselijke activiteit) die tot 2000 jaar ouder zijn dan de Cyleno-Nagasken. De Hunecultuur, zoals deze gedoopt werd, wordt momenteel nog uitgebreid onderzocht en er is veel controverse onder de archeologen over hun precieze afkomst en datering. Aangenomen wordt dat de Hunecultuur geabsorbeerd werd door de Cyleno-Nagasken en de Cyleno-Nagasken de gemeenschappelijke voorouders zijn van álle inheemse volkeren in Atlantis. Naarmate de Cyleno-Nagasken zich verspreidden ontstonden er twee groepen rond 5000 BCE. In het oosten van Borealië ontstond de Nagaskische cultuur en in het westen van Borealië (waaronder Carthamië) de Cyleense cultuur.
Neolithische Revolutie (4000 BCE) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
De Cylenen waren van oorsprong jager-verzamelaars, deze jager-verzamelaars waren nomaden en leefden in clans van rond de 20 man. De Cylenen die in het warme zuidwesten van Atlantis woonden ontdekken rond 4000 BCE echter hoe men aan landbouw moet doen. De gewassen die de Cylenen leerden telen groeiden echter alleen maar goed in het mediterraanse klimaat van Zuidwest-Borealië, waardoor de landbouw in Noord-Borealië pas 1000 jaar later ontstond. Hierdoor ontstond er binnen de Cyleense cultuur een nieuwe scheiding, namelijk tussen de noordelijke Cylenen die nog langer als jager-verzamelaars bleven leven en de zuidelijke Cylenen. Deze laatste groep zal zichzelf na verloop van tijd de Carthisken noemen, letterlijk de 'mensen uit het warme land'. Het voornaamste gewas dat deze nieuwe landbouwers teelden is Durin, een Borealische graansoort.

De introductie van de landbouw had voor de Carthisken erg grote gevolgen. Men moest niet langer rondtrekken om voedsel te vinden en men kon zich op één bepaalde plek vestigen. Er ontstonden grotere gemeenschappen dan de clans die men zag bij de jager-verzamelaars en zo ontstonden de eerste dorpen. Binnen deze dorpen deed niet langer iedereen exact hetzelfde werk maar ontstonden er gespecialiseerde beroepen: boeren, ambachtslui, handelaars, krijgers, e.a. Men vermoedt dat deze dorpen geleid werden door een soort priester/wijze of 'Lostin', letterlijk 'iemand die kennis heeft". De Lostin was altijd een vrouw, wat wijst op het feit dat de vroegste Carthiskische cultuur een matriarchie was. Deze Lostin was op zowel religieus, economisch als politiek vlak de baas, de rest van het volk waren haar onderdanen maar het volk was verder gelijk aan elkaar. Er was nog niet veel sprake van slavernij.

Hoewel het merendeel van de landbouw nog altijd met stenen werktuigen werd gedaan, en daarom ook de naam neolithicum of nieuwe steentijd had, ontstonden rond 3400 BCE de eerste werktuigen die bestaan uit koper. Koper is echter niet zo heel stevig waardoor het niet gebruikt kon worden voor wapens of andere spullen buiten sieraden en landbouwwerktuigen.

In Herelen, Carthiskië zijn in 1952 sporen teruggevonden van een grote nederzetting uit het neolithicum. Om deze reden claimt Herelen de oudste continu bewoonde stad van het westelijk halfrond te zijn. Hoewel deze claim onzeker is is er wel een prachtig openluchtmuseum te vinden op de site van de vondst.
Vroege Bronstijd (3000-1900 BCE) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
Technologische innovatie
In het derde milennium BCE vonden er enkele nieuwe ontwikkelingen plaats die tot een nieuwe technologische revolutie zouden leiden in Carthamië.
  • Men begon met het cultiveren van de Aiosa of de Borealische Aardappel. Het is onbekend waarom men pas zo laat was beginnen met het cultiveren van deze knolgroente. De Aiosa is erg voedzaam en makkelijker te bereiden dan de graansoorten die hiervoor werden gecultiveerd. De Aiosa kan ook prima groeien in het koudere klimaat van Noord-Borealië, waardoor ook de noord-Cylenen (vanaf nu Cylenen) rond 2800 BCE aan landbouw begonnen te doen.
  • De Carthisken ontdekken dat door tijdens het smeltproces tin toe te voegen aan koper men een veel sterker metaal bekomt: brons. Brons kan in tegenstelling tot koper bijna overal in gebruikt worden. Al snel ontstaan er wapens en pantsers uit brons die veel sterker zijn dan wapens uit steen. De Kopertijd kwam ten einde en de Bronstijd begon.
Sociale veranderingen
Door deze nieuwe ontwikkelingen barsten de nederzettingen uit hun voegen en ontstaan er grote steden. Deze steden krijgen al snel een veel complexere sociale orde dan de neolithische dorpjes:
  • Er komt een mannelijke krijger-koning of 'Alecon' aan de macht, 'Alecon' betekent letterlijk legeraanvoerder. Deze houdt zich bezig met de politiek en de economie.
  • De Lostin blijft bestaan maar behoudt enkel haar spirituele en intellectuele taken en wordt de belangrijkste niet-militaire adviseur van de Alecon. De Lostin kreeg er echter een taak bij, ze werd hoofd van de bureaucratie binnen de stad. Onder haar stonden een tiental Quenseda of ambtenaren. Deze ambtenaren waren zowel mannelijk (heel vaak homoseksueel) als vrouwelijk
  • Onder de Alecon staan zijn krijgers of 'Osceda'. Deze krijgers zijn de trouwe volgers van de Alecon en voerden zelf groepjes dienstplichtige soldaten aan, de zgn. 'bedurrona' of ingeschrevenen, naar de lijsten waarop de diensplichtigen zijn ingeschreven. Het kwam soms wel eens voor dat een Osceth de macht greep en zichzelf tot Alecon liet uitroepen.
  • Daarna komt het gewone vrije volk bestaande uit ambachtslui, boeren, handelaars, dienstplichtigen, gewone priesters, ambtenaren, e.a. Deze zijn allemaal verantwoording aan de Alecon verschuldigd en hebben weinig invloed op het bestuur. Ze zijn echter wel vrij in hun gaan en staan.
  • Tot slot is er ook een onderklasse: de onvrijen. Onvrijen waren enerzijds krijgsgevangenen en anderzijds mensen die hun schulden niet meer konden terugbetalen en zichzelf verkocht hadden.
Afbeelding
Overzicht van de sociale orde in het merendeel van de Carthiskische stadstaten tijdens de vroege bronstijd.

Schrift
Om de groeiende administratie van deze nieuwe steden bij te houden ontstond rond 2500 BCE een schrift. Dit schrift is een logografisch schrift, dat wil zeggen dat ieder karakter in het schrift een woord voorstelt, waardoor er duizenden karakters waren. Het aantal mensen dat kon lezen en schrijven was daarom erg gering, vandaar dat er ook een aparte klasse van ambtenaren was. Dit schrift werd oorspronkelijk enkel gebruikt voor de boekhouding van o.a. de voedselvoorraden van stadstaten. Hoewel het aantal geschreven documenten uit de vroege bronstijd beperkt zijn, zijn enkele van hen bewaard gebleven en blijken van onschatbare waarde te zijn:
  • Het lied der Vijf Koningen (2100 BCE): Een zang over een oorlog tussen vier koningen. Het document is één van de oudste nog bestaande literaire werken ter wereld. De zang beschrijft een mythische oorlog tussen vier koningen die, afgaande op het lied, moet hebben plaatsgevonden rond het jaar 2500 BCE. Het verhaal staat bol van de goddelijke interventies en epische veldslagen. Het Lied had volgens latere historische document in de gehele literaire Atlantische wereld eenzelfde aanzien als de Ilias en Odyssee. Van de vier steden die beschreven zijn in het lied bestaat alleen Othanis nog. De drie andere steden zijn vandaag de dag ruïnes waarvan er eentje zelfs onderwater voor de kust van Avamië ligt. Of de oorlog zoals beschreven in het lied plaatsgevonden heeft is giswerk.
  • Het kookboek van Kthorak (echte titel onbekend, 2000 BCE): Een ander werk uit deze tijd is gek genoeg een kookboek. Het kookboek van Kthorak, vernoemd naar de plek waar in 1899 een exemplaar van is teruggevonden, geeft enkele recepten uit die tijd. Vermoedelijk was het kookboek religieus van aard, de recepten in het boek beschreven zijn feestmalen en bij het bereiden wordt het uitvoeren van enkele rituelen aangewezen.
Kaart van West-Borealië rond 2000 BCE
Afbeelding

Noord-Cyleense cultuur (blauw)
  • Blauw bolletje: Noord-Cyleense stad
  • Blauwe cirkel: Noord-Cyleense invloedssfeer
Carthiskische cultuur (rood)
  • Rood bolletje: Carthiskische stad
  • Rode cirkel: Carthiskische invloedsfeer
Eduona: Cylenistische stammen
Teperda: Nagaskische stammen
Misnido: Onbekende stammen

Einde van de vroege Bronstijdcultuur
In 1899 BCE was er een verschrikkelijke uitbarsting van de Mons Zefcra op het eiland Zefcer in de Aquilen. De uitbarsting ging gepaard met een zware zeebeving en tsunami die de kusten van West-Borealië overspoelde. Meerdere kuststeden zoals Kthorak en Etapu werden verzwolgen door de golven en sommige steden kwamen door zware erosie niet meer boven water, zoals Etapu. De grootschalige ramp veroorzaakte een periode van economische en politieke terugval. Dit werd verergerd door invallen van nomadische volkeren uit andere delen van Borealië, zoals de Nagasken en de Noord-Borealiërs. Deze laatste groep duikt rond 1900 BCE op uit het niets en over hun afkomst wordt vandaag de dag nog druk gespeculeerd.
Late Bronstijd (1500-500 BCE) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
Na het rampjaar 1899 BCE kenden de Carthikische stadstaten een langere periode van verval. De steden worden kleiner omdat het handelsnetwerk zogoed als ingestort is en iedereen weer terug voor zichzelf eten moest voorzien. Er was weinig tijd voor de hogere kunsten, wat blijkt uit de grote afwezigheid van (geschreven) cultuur uit deze periode.

De Noord-Borealische en Nagaskische stammen die op het einde van de vroege Bronstijd Carthiskië binnenvielen koloniseerden delen van het noorden en oosten van de beschaving en assimileerden deels met de Carthiskische cultuur. Met name de stadstaten onder Noord-Borealische vorm zouden andere culturele en politieke accenten hebben, maar ze werden nog altijd door hun tijdsgenoten gezien als onderdeel van de grotere Carthiskische beschaving. Algemeen werden de Carthiskische stadstaten militaristischer in de late bronstijd, bijna alle steden werden ommuurd en het landschap was bezaaid met versterkingen en militaire buitenposten.

Afbeelding
Hier klikken voor een vergrote versie

Politiek
Veel van de staten raken na enkele eeuwen van verval terug in opbloei. In meerdere staten hadden zich grondige veranderingen opgedrongen. Doordat veel steden zonder koning vielen ontstonden er andere vormen van bestuur die vernoemd worden naar wie er de macht had.
  • Aleconaat: Een voortzetting van het systeem van de vroege bronstijd, met een Alecon als staatshoofd.
  • Lostinaat: Een stadstaat waarin de Lostin de macht heeft. Deze staatsvorm komt vaker voor bij stadstaten met een religieuze aard zoals Lotha, Asim en andere heiligdommen.
  • Olsinaat: Een stadstaat die geleid werd door edelen, deze claimen in veel gevallen nakomelingen te zijn van de laatste Alecon van de stad in kwestie.
  • Oscetaat: Een staat die geleid werd door een Osceth of een raad van Osceda. Deze staten waren vaak militaristisch van aard en waren vooral wijdverspreid in het noorden van Carthiskië, Stelmië en Neurië. Deze stadstaten waren vaak overgenomen of opgericht door geassimileerde Noord-Borealiërs.
  • Migasaat: Een staat waar de rijksten de macht hebben, vernoemd naar handelaars (Migasora) die zeker in rijke handelssteden zoals Kthorak en Lezrahym de macht hadden.
  • Bisidaat: Een staat waarin de vrijen of het volk de macht had. Deze kan beschouwd worden als een Carthiskische vorm van vroege democratie. Vaak ging het hier alsnog maar om beperkte groepen mensen die de macht hadden, zoals ouderen of krijgers.
  • Suronaat: Een variant van een bisidaat waarin geen raad maar één persoon de macht had, deze persoon werd verkozen door het volk. Deze staatsvorm kwam oorspronkelijk in kleinere, rurale stadstaten voor maar werd vooral in de kolonies (zie verder) dé staatsvorm.
De geopolitieke structuur van Carthiskië veranderde grondig. Hoewel er nog steeds geen sprake was van een eengemaakt Carthiskisch Rijk ontstonden er wel staten die groter waren dan één stad en haar directe ommeland. Deze waren nog altijd meer uitzondering dan regel, maar ze kwamen in beperkte mate voor en hadden een stevige invloed op andere staten.

Economisch
Na de donkere tijden van 1900-1650 BCE warmde het klimaat in Atlantis op en leidde tot een bevolkingsboom. Nieuwe landbouwtechnieken speelden een voorname rol om dit te faciliteren. Er ontstond echter al snel een nieuw probleem, er was geen land meer voor al die extra mensen. Dit, samen met hogere voedselprijzen door de toegenomen bevolking, zorgde voor onrust in de Carthiskische stadstaten.

Onder deze bevolkingsexplosie begonnen de Carthiskiërs zich langzamerhand uit te breiden naar andere streken in Borealië. Er was hierbij sprake van twee soorten van kolonisatie:
  • Vestigingskolonisatie: Een gecoördineerde migratie van vele honderden mensen vanuit één staat naar een andere regio in Borealië. De bedoeling was om op die plek een nieuwe, onafhankelijke staat op te richten waar de voorheen landloze boeren konden leven. Deze methode werd vaak door Aleconaten en andere autocratisch-bestuurde stadstaten gebruikt om "ongewenste elementen" uit de maatschappij zoals filosofen, hervormers en onrustige burgers te verwijderen. Veel van de vestigingskolonies werden sterk beïnvloed door deze ongewenste elementen en kregen een democratischer karakter, velen werden Suronaten.
  • Handelskolonisatie: Een minder gecoördineerde migratie van hoofdzakelijk handelaren naar andere, relatief ontwikkelde gebieden buiten Carthiskië om handel te drijven met de lokale bevolking.
belangrijke gebeurtenissen in dit tijdperk:
De verdrijving van de Menlicen (1400 BCE - 500 BCE): De Menlicen waren de inheemse bewoners van de Aquilen in het 2e millenium BCE. Omdat de Aquilen door de Carthisken werden gekoloniseerd (vestigingskolonisatie) ontstond er een bloederige rivaliteit tussen beide groepen die honderden jaren zou duren. Langzamerhand schoven de Carthiskische nederzettingen meer op naar het noorden en de Menlicen werden teruggedreven tot het binnenland van het eiland Aguila.
De Carthiskische Bond (999-982 BCE/ 910-907 BCE/ 812-808 BCE): Omwille van een reeks gecoördineerde invallen door zowel Cylenistische Eduonen als Noord-Borealische Proto-Lurariërs spanden een groot deel van de Carthiskische stadstaten samen om deze invallen tegen te gaan. De Carthiskische Bond die hier resulteerde wordt door sommige historici gezien als de alleroudste Carthaamse staat, hoewel ze in feite niets meer was dan een flink uit de kluiten gewassen alliantie. De Bond zou nog verschillende malen terugkomen bij nieuwe, grootschalige invallen van de Noord-Borealiërs.
Begin van de Ennische Oorlogen (±1150 BCE - ±800 BCE): De zuidelijke Carthiskische stadstaten, in wat nu Dumerië is, vechten in deze periode een bijna onuitputtelijke reeks oorlogen tegen de Enniërs. Het doel is om de Carthiskische kolonies ten oosten van de straat van Asture in stand te houden en om mogelijkerwijze de Enniërs te onderwerpen aan het gezag van de stadstaten Asture, Mattem en Agode.
De Centraal-Borealische Explosie (18 april 822 BCE): Mogelijkerwijze een van de meest mysterieuze fenomenen die zich ooit heeft voorgedaan in Atlantis. Een bijzonder grote meteoriet treedt de dampkring binnen en ontploft zo'n 5 à 10 kilometer boven de hoge Fugesen in het centrum van Borealië. De explosie, die waarschijnlijk een kracht had van zo'n 20 megaton aan TNT (vergelijkbaar met de kracht van twee grote waterstofbommen), zorgde ervoor dat een aanzienlijk deel van Centraal-Borealië compleet verwoest werd. Bomen werden in een omtrek van meer dan honderd kilometer ontworteld, rivieren traden uit hun oevers en veranderden van loop en er was zware schade in een nog veel ruimer gebied. De impactzone was nog vele honderden jaren na de explosie onbewoonbaar, en het kreeg in de taal van latere Germaanse invallers de naam Nymolan.
Na de explosie (822 - 500 BCE) (Herwerkt!):
Spoiler: weergeven
De ramp
Het overgrote merendeel van de Carthiskische stadstaten werd bespaard van grote schade. Veel Carthiskiërs in wat nu Zuid-Carthamië en Dumerië is waren ooggetuige van het schouwspel. In Kthorak, zo'n 500 kilometer van ground zero, beschreef de filosoof Yagesth de dove een enorme vuurbal en oorverdovende knal die door de bevolking van de stad in horror werd waargenomen. 170 kilometer van ground zero in Agode, thans de Karktische havenstad Oca, namen duizenden mensen een enorm object waar dat aan een hoge snelheid door de lucht zoefde. In Carthiskische nederzettingen aan het Elzameer, zo'n 100 kilometer van ground zero, liepen mensen die buiten waren ernstige brandwonden op. Dichter bij de explosie groeit de speculatie, in een straal van minstens 120 kilometer rond het epicentrum werden bomen omvergeworpen. Dichter bij het epicentrum leefden proto-Nagasken, men kan alleen maar vermoeden dat velen van hen het er niet levend van af hebben gebracht en een gruwelijke dood zijn gestorven.

Na de ramp: De Grote Ennische Oorlog
De directe gevolgen waren duidelijk, puin van de explosie regende tot wel 200 kilometer verder neer op het landschap, de impact veroorzaakte een aardschok die met name in Agode, Mattem en Blomastic gebouwen deed instorten. De oogst mislukte enkele malen door het stof dat in de stratosfeer bleef hangen. Misschien wel het grootste gevolg was dat het anders zo trotse Carthiskische volk zwaar getraumatiseerd was door de gebeurtenis.

In deze vlaag van onzekerheid schoot men in een zelotische reflex. De Carthisken begrepen maar niet wat deze grote ramp veroorzaakt had en zochten naar het antwoord in hun Cylenistische geloof. In vele stadstaten ontstonden groepen van religieuze fanatici die het einde van de cyclus proclameerden (in het Cylenistische geloof is er geen sprake van een lineair maar van een cyclische tijdsrekening). Ook de gewone man ging meer aandacht spenderen aan het religieuze en dat liet zich voelen. De handel ging achteruit en er ging veel geld naar het bouwen van tempels en andere heiligdommen om de faeries gunstig te stemmen.

Hoewel de Noord-Borealiërs oorspronkelijker zwaarder getroffen werden door de ramp, recupereerden zij sneller van de gevolgen. Het gevolg was dat er zeker door de Enniërs een ongezien offensief tegen de Carthisken begonnen. De Enniërs werden kort na de ramp verenigd onder één koning, Tudroth I. In de eeuw na de grote ramp verloren de Carthisken Mattem, Asture, Conatic, Delath, Senop en ommelanden aan de Enniërs en Boïers. Een belegering van Othak tussen 721 en 720 BCE mislukte en de Ennische invasie van Gepithra (Insubria) mislukte hierdoor. Ook de belegering van Agode in 710 BCE liep op een sisser af voor de Enniërs. Deze nederlaag sloot de weg richting het hartland van de Carthisken eveneens voor hen af.

Afbeelding

Het Koninkrijk der Enniërs
Na de nederlaag bij Agode consolideerden de Enniërs hun koninkrijk. Ze namen van de veroverde Carthisken veel over, met name de organisatie van de maatschappij en verschillende technologieën. De Carthisken binnen het koninkrijk kregen speciale rechten en het bestuur van Asture, Mattem en enkele andere voormalige stadstaten bleef grotendeels in handen van de lokale, Carthiskische elite.

Hoewel het Ennische Koninkrijk op papier de machtigste staat in West-Borealië was, had het land vanaf de 7e eeuw BCE te maken met grote interne strubbelingen. Het land had, met uitzondering van de autonome vroegere Carthiskische stadstaten, nog altijd een bestuursvorm die vooral geschikt was voor het besturen van stammen. De Ennische koningen probeerden wel hervormingen door te voeren, maar dit stuitte op veel tegenstand bij andere stammen. Het koninkrijk ging tegen de 6e eeuw BCE ten onder en enkele Carthiskische stadstaten herwonnen hun vrijheid.
Nuragen - Illiensers - Sjerden: De Neuren (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
Vanaf 520 BCE werd Borealië opgeschrikt door invallers. Vanuit het oosten overspoelden onbekende zeevaarders met een bleke huidskleur de kusten van Borealië. Hoewel het oosten van het continent dichter bij lag voor hen was het beschaafde westen aantrekkelijker. Eén van deze invallende volkeren waren de Neuren.

De mythe
De Neuren, ook wel Nuragen genoemd als men verwijst naar de periode voor hun aankomst in Borealië, zijn een Indo-Europees volk dat afkomstig is van Sardinië. In Griekse en Romeinse historische bronnen staan de Neuren ook wel bekend als de Illienses. Deze naam komt omdat volgens deze bronnen de Illienses afstammen van de inwoners van Illion, beter bekend als Troje. De mythe gaat dat een Trojaanse prins genaamd Nouros (vandaar de naam Neuren) samen met zijn volgelingen de stad ontvlucht was tijdens de val van Troje. Na een lange en epische reis belandden hij en zijn volgelingen op het eiland Sardinië waar ze op aanraden van de goden een tweede Troje moesten stichten. Het verhaal toont erg veel gelijkenissen met de Aeneis van Vergilius, hoewel dit verhaal pas in de 1e eeuw BCE werd neergeschreven in Rome. Vermoedelijk stammen beide verhalen af van dezelfde mythe die eeuwenlang alleen mondeling werd doorverteld. De Nuragen en Romeinen waren immers beide Italische volkeren en hadden een gemeenschappelijke afkomst.

Van Egypte tot Carthago
Op Sardinië triomfeerde de Nuragische beschaving in de eerste helft van het eerste millennium BCE. De Nuragen worden gezien als het eerste volk in het westelijke Middellandse Zeebekken dat ijzer smeedde, reeds rond het jaar 1300 BCE. Het is in die hoedanigheid dat de Nuragen in de geschiedschrijving (en dus niet in de mythologie) in verband worden gebracht met de Zeevolken, meer bepaald de Sjerden die rond 1220 BCE het Egypte van Farao Ramses de Grote plunderden.

Toch zou het geluk van de Nuragen keren. Sardinië werd in de 6e eeuw BCE doelwit voor het uitbreidende Carthaagse Rijk. Onder koning Hasdrubal I van Carthago werden de kusten van het eiland bezet door de Carthagers, maar het binnenland en het noorden van het eiland bleven in handen van de inheemse Nuragen. Veel Nuragen die in de kuststreek woonden traden in dienst van de Carthaagse marine. Het was in deze hoedanigheid dat Nuragen reeds in de 4e eeuw BCE voet aan land hebben gezet buiten Europa. De Carthaagse ontdekkingsreiziger Himilco, die Nuragen als onderofficieren had, heeft op zijn ontdekkingsreizen richting Noordwest-Europa ook Oost-Borealië aangedaan.
Europese Invallen (520 BCE - 200 CE) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
De Europese invallen die vanaf 520 BCE plaatsvonden in Borealië vonden plaats in verschillende fases tussen 520 BCE en ±100 BCE. Allereerst een kaart met de situatie aan de vooravond van de eerste invallen:
Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!

Fase 1: Arton de Neur en zijn 1000 Artoniden (520 - 420 BCE)
De Neuren werden gedwongen om Sardinië te verlaten nadat de Carthagers alsmaar meer de Nuragen gingen onderdrukken. De eerste groepjes Neuren onder leiding van hun stamvader Arton (nog steeds een populaire jongensnaam in Carthamië) duiken rond 520 BCE op aan de westkust van Borealië. Deze "Artoniden" nemen enkele eilanden in de Catonis in en beginnen met deze te koloniseren. De Neuren zijn superieur in hun vechtkunst, deels door betere tactieken, deels door het ijzer dat ze gebruikten en dat superieur is aan het brons van de Carthisken. Ze onderwerpen zonder al te veel moeite de Carthiskische inwoners van de Catonis en er ontstaat het Neurs-Carthiskische "Koninkrijk der Artoniden". Deze staat was uniek in de zin dat de Neuren en de Carthisken na verloop van tijd veel van elkaar gingen overnemen. Het Neurs werd de lingua franca op de eilanden, maar de Neuren namen wel een aanzienlijk deel van de Cyleense religie over van de Carthisken.

Door Neurse piraterij op de Scipionische Zee wordt het handelsverkeer tussen de Aquilen en het vasteland ernstig verstoord, tin van de Aquilen raakt niet meer op het vasteland en koper van het vasteland niet meer op de Aquilen. Het wordt moeilijker om brons te produceren waardoor veel staten ernstig verzwakt raken. Van deze zwakte maken de Aningaren, een Lurarische stammenconfederatie, gebruik om hun macht fors uit te breiden. Onder leiding van stamvader Aningar vallen ze Sanhath en de Eduonische Stadstaten binnen en vormen ze een nieuw, eengemaakt koninkrijk dat zich uitstrekt van Radesth (thans Pötama) tot de Hilgar. Het land krijgt de naam Aningarije, naar de eerste koning: Aningar.

De kennis van het ijzersmeden begint zich echter te verspreiden onder de Borealische volkeren. Een groep Artonidische bannelingen reist noordwaarts en sluit een overeenkomst met enkele Cyleense stadstaten in wat nu Nionië is. In ruil voor de geheimen van de kunst om ijzer te smeden mochten deze Artonidische bannelingen de stad Araðane overnemen. De Cylenen blijven zo grotendeels gespaard van het plotse tekort aan brons dat voor ernstige problemen zorgt in het zuiden van het continent.

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!

Fase 2: De Neurse Expansie (420 BCE - 200 BCE)
De Neuren hielden het echter niet bij de Catonis en de stad Aradane. Vanaf 420 BCE kwam een nieuwe Neurse veroveringsgolf op gang. Hiervoor waren enkele redenen:
  • Politieke onrust in het Koninkrijk der Artoniden: In de Artoniden was er onrust omwille van sociale veranderingen binnen de staat. De staat vercarthiskiseerde verder en begon het bestuur van de staat alsmaar meer te lijken op een Carthiskisch Aleconaat, met een uitgebreide administratie en hofhouding. De Artoniden begonnen ook hun relaties op te bouwen met de Carthiskische stadstaten en zich te mengen in het politieke theater aldaar. Behoudsgezinde elementen binnen de samenleving rebelleerden openlijk tegen deze veranderingen.
  • Handelscontacten: De Vercarthiskisering van de Artoniden had als gevolg dat de handel met de Carthiskische buren bloeide.
  • Nieuwe golf Sardijnse vluchtelingen: De rivaliteit tussen de Romeinen en Carthagers had zijn invloed op Sardinië, het eiland werd tegen het midden van de 3e eeuw BCE een openlijk strijdtoneel tussen beide grootmachten in de Punische Oorlogen. De laatste Nuragen die zich niet wilden onderwerpen trokken per boot richting de nieuwe Nuragische staten in Borealië.
Vanaf 420 BCE ontstaan door deze redenen de volgende Neurse staten:
Gardothië en Hetmanië: De koninkrijken Gardothië en Hetmanië ontstaan nadat Koning Argos van de Artoniden openlijk de oorlog verklaart aan de behoudsgezinden in 403 BCE. Deze slaan op de vlucht en vestigen zich in de archipels ten zuiden van de Aquilen. Van daaruit plegen ze piraterij op zowel Carthisken als Neuren en onderwerpen ze de lokale, Carthiskische bevolking. Een invasie van Melos (Een eiland met o.a. Nåtha, Cordos en Melda) mislukt na de vorming van een samenwerkingsbond tussen alle Carthiskische staten op het eiland. Melos blijft het enige Carthiskische eiland in de Aquilen. De Neurse samenleving in zijn meest traditionele vorm bleef hier bestaan tot de 2e eeuw CE.

Lezrahym: Lezrahym ontstaat op veel vreedzamere wijze dan Gardothië en Hetmanië. Dezelfde Koning Argos stuurde in 412 BCE een handelsdelegatie uit richting het Migasaat Kthorak met de vraag of de Artoniden een handelsnederzetting mogen oprichten. De oligarchische bestuurders van Kthorak stellen hierop een relatief drassig land ten noordwesten van Kthorak tot de beschikking. De kolonie die er in 405 BCE opgericht wordt kreeg de naam Lezrahym, letterlijk het huis van Lezra, Lezra was één van de zonen van Koning Argos en ging de kolonie leiden.

Lezrahym groeide in de 4e eeuw BCE uit tot een erg machtige stadstaat, het tapte als nooit te voren uit de rijkdom van de Carthiskische stadstaten en werd geavanceerder dan het moederland. De Lezrahymers leerden de Carthisken ook hoe ijzer te smelten waardoor ook zij de overgang maakten naar het ijzertijdperk. Met deze kennis openden in de Fugesen grote Carthiskische mijnen, de bergen bleken namelijk vol te zitten met ijzer. Lezrahym werd tegen de 3e eeuw BCE het handelscentrum van West-Borealië en dit bracht vele duizenden inwijkelingen met zich mee. De stad was rond 200 BCE waarschijnlijk de eerste kosmopolitische stad in het Westelijk Halfrond met een bevolking van mogelijk 300.000 inwoners, waardoor het een van de grootste steden van dat moment was, vergelijkbaar met Alexandrië in Egypte.

Kardogië en Partasië
Kardogië en Partasië ontstonden nadat de Artonidische broers Kardogo en Partas verbannen werden uit het Koninkrijk en met een legertje volgelingen en huurlingen noordwaarts trokken om een nieuw koninkrijk te stichten. Kardogo en Partas werden verbannen nadat ze hadden opgeroepen dat ze een visioen hadden ontvangen van de goden waarin ze een nieuwe Neurse staat moesten oprichten op het vasteland. Kardogo en Partas nemen het huidige Kardog en Neurië in en stichten er een diarchie (koninkrijk met 2 vorsten) rond 350 BCE. Kardogo en Partas vallen echter al snel uit elkaars gratis en het koninkrijk splitst op in de staten Kardogië en Partasië, geleid door de broer naar wie het land respectievelijk is vernoemd.

Kardogië consolideert al snel en bouwt handelscontacten op met de andere staten in West-Borealië, maar Partasië onder koning Partas en zijn opvolgers bleef proberen zichzelf uit te breiden. in de jaren 320 BCE viel Partas Aningarije binnen in een poging om Aningvalder en de vroegere Eduonische stadstaten over te nemen. Partas maakte serieuze terreinwinsten maar verloor de eindslag tijdens de slag bij Aningvalder in 322 BCE.

Zijn zoon Gados probeert Overland in te nemen aan het begin van de 3e eeuw BCE. Hoewel hij erin slaagt het grootste deel van het schiereiland in te nemen slaagt hij er niet in om de drieduizend jaar oude Cyleense stad Nae Asth over te nemen. Toch wordt het overige deel van Overland een belangrijke gebiedsuitbreiding voor Partasië, Gados sticht er in 289 een nieuwe hoofdstad genoemd naar zijn vader, Partas.

Slag om Asim
De expansiedrang van Partasië kwam tot een hoogtepunt in 201 BCE. Een enorm leger van Partasiërs en Kardogiërs o.l.v. de Partasische koning Eldos viel de lostinaten Asim en Lotha aan. Deze aanval op de twee heilige steden in het Cylenisme zorgde voor een golf van eenheid in de Cylenistische wereld. De Carthisken, Cylenen en Cylenistische Neuren uit Aradane, de Artoniden en Lezrahym zonden legers om de heilige steden te beschermen. Deze coalitie stond onder leiding van de Osceth van Balgis, Padenoth. Het gevolg was een gigantische veldslag die in juli/augustus 201 BCE werd uitgevochten aan de oevers van het Aurbismeer in Stelmië. Deze slag, die in de Carthaamse historiografie vroeger bekend stond als de Slag om Borealië, zou aan 200.000 man het leven gekost hebben en eindigde in een nipte overwinning voor de Cylenisten. Padenoth werd een held in de Cylenistische wereld, en zijn nakomelingen genoten in de eeuwen erna veel aanzien en stichten de dynastie der Padenoïden.

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!
Aena te onða teya flu|leya Aena te onða teya flulleya

Kathor
Geoficticus
Berichten: 2068
Lid geworden op: za 05 mei 2012, 14:52

Re: [CAR] Canon van Carthamië

Bericht door Kathor » ma 23 mar 2020, 04:08

Deel 2: De eenmaking van Carthamië en het Eerste Carthaamse Keizerrijk (200 BCE-722 CE)

Nieuwe Invallen (200 BCE - 50 CE) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
De slag om Asim in 201 BCE had zowel de Carthisken als de Neuren erg verzwakt achtergelaten. Van deze zwakte maakten nieuwe Europese invallers gebruik, de Karktiërs.

De Karktiërs zijn een pre-indo-europees volk dat mogelijk verwant is aan de Basken. Vast staat dat zij tot 200 BCE woonden aan de Franse westkust en op het noordelijke deel van het Iberisch Schiereiland. De Karktiërs werden door de Romeinen in de 2e eeuw BCE verdreven en kwamen in de loop van diezelfde eeuw aan in Borealië. Zij vestigden zich in het territorium van de fel verzwakte Enniërs en deze assimileerden zich aan de Karktiërs. De Karktiërs lieten de Carthisken verder met rust. Groepjes Karktiërs die het niet eens waren met de besluiten van hun leider (de xahala) gingen zich regelmatig vestigen in de zuidoostelijke Carthiskische stadstaten, met of zonder toestemming van de stadstaat zelf.

De laatste Europese invallers waren Romeinse vluchtelingen. Overtuigde Republikeinen ontvluchtten de val van de Romeinse Republiek ten tijde van Caesar's Burgeroorlog en vestigden zich op het eiland Ursica. De Dumeriërs, zoals ze zichzelf noemden, sloegen erin om op bijzonder efficiënte wijze de lokale bevolking, de Boii te onderwerpen en te assimileren. Tegen 28 CE hadden de Dumeriërs naast Ursica ook Lux, Herulia en Boia in handen. Hierbij namen de Dumeriërs ook de Carthiskische stadstaat Balisen in. Het zou de eerste confrontatie in een hele lange reeks conflicten worden tussen de Dumeriërs en Carthisken.

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!
De Eenmaking van Carthiskië (50 CE - 110 CE) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
In de Carthiskische wereld was er na de slag bij Asim in 201 BCE meer en meer het idee ontstaan dat alle Cylenistische volkeren (Carthisken, Cylenen en Neuren) zich moesten verenigen tegen niet-Cylenistische indringers. Dit leidde reeds in de 1e eeuw BCE tot de oprichting van de Pan-Carthiskische marine, die de gezamenlijke handels- en politieke belangen in de Lyrische Golf en de Zuidelijke Scipionische Zee moest veilig stellen van de Karktiërs en de Dumeriërs. Verder gingen ook op militair vlak een hoop stadstaten meer samenwerken, dit steeds meer onder leiding van de Padenoïden, de afstammelingen van de legendarische Balgische legeraanvoerder Padenos bij de Slag bij Asim (201 BCE).

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!

De Partasiërs waren in de eeuwen na de nederlaag bij Asim ook niet blijven stilstaan. Er ontstond een personele unie met Kardogië en beide landen smelten samen tot het Koninkrijk Neurië. In de 1e eeuw BCE beginnen ze met het koloniseren van de oostkust van Menlicië, thans Aguila, het grootste eiland in de Aquilen. Hierdoor werden de Menlicen naar het binnenland verdreven. Het nieuwe Koninkrijk Neurië bekeerde zich tot het Cylenisme en er ontstonden betere banden met de Carthiskische wereld.

De positie van de Carthiskische stadstaten kwam steeds meer onder druk te staan. De Karktiërs werden in de 1e eeuw CE steeds onrustiger en gaan over tot een de facto inname van de oostelijke Carthiskische stadstaten. Amina Padenos, de Alecon van Balgis (Balgis was sinds 188 BCE een Aleconaat) was de eerste persoon die overging tot het definitief verenigen van Carthiskië als antwoord. In 108 CE trok een leger van Karktiërs, ondersteund door Dumerische en Aningaarse huurlingen, richting het hart van de Carthiskische wereld. Historici vermoeden dat de toenmalige Karktische Xahala (leider) erop uit was om de rest van de Carthiskische stadstaten schatplichtig te maken. Amina Padenos nam de leiding over de verdediging en stuurde naar alle Carthiskische stadstaten een boodschap om troepen te leveren en om het Karktische leger op te wachten. Op 16 september 108 CE troffen het Carthiskische en Karktische leger elkaar bij Dratha, een epische slag werd die dag uitgevochten die resulteerde in een glansrijke overwinning voor de Carthisken.

Door de overwinning van de Carthisken op de Karktiërs, de eerste in bijna 200 jaar, steeg het aanzien van Amina Padenos in heel Carthamië. In veel stadstaten, met name die in West-Carthiskië ontstond er een halve verafgoding van deze bijzondere vrouw, en daar maakte Amina gebruik van. Als bevelhebber van het verenigde Carthiskische leger zorgde ze ervoor dat ze, met behulp van het volk, de controle kreeg over de stadstaten in West-Carthiskië. Voor de eerste keer waren een aanzienlijk deel van de Carthiskische wereld verenigd in een verenigd, Carthiskisch rijk. Amina verplaatste haar hof naar Asim, één van de meest heilige steden in Borealië, om haar claim op Carthiskië kracht bij te zetten.

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!
De Carthaamse Bruiloft en het ontstaan van een Keizerrijk (111-124 CE) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
Het plotse ontstaan van Carthiskië onder leiding van Alecon Amina zorgde ook in Neurië voor grote ogen. De Neurse Koning Kathor, die pas weduwnaar was geworden nadat zijn eerste vrouw Viria in het kraambed bleef, werd geïnteresseerd in deze briljante en ongehuwde dame. Na een korte correspondentie tussen beiden en enkele ontmoetingen in Asim en Partas volgt een officiële bruiloft te Asim op 15 juli 111 CE. In een speciale ceremonie, die bol staat van de Cylenistische symboliek, werden beiden uitgeroepen tot "Heerser van de Wereld" (in Dumerische bronnen Imperator Mundi). Er werd een nieuw rijk gesticht dat de unie van Carthiskië en Neurië moest symboliseren: Carthamië.

De Oostelijke Subjugatie (112-113 CE)
Toch was het broodje van Carthamië nog niet gebakken, in de uiteinden van de Carthiskische wereld werd vijandig gereageerd op het ontstaan van dit Neurs-Carthiskisch keizerrijk. Met name de Suron (verkozen leider) van Blomastic, Orvas Mesrath, was niet bereid zich te laten integreren. Hij bracht een coalitie op de been in het oosten die, aldus zijn eigen woorden: "De wacht houdt tot dit Neurs-Padenoïdisch misbaksel instort". Amina en Kathor waren na hun huwelijk op militaire expeditie getrokken naar Aningarije om dit gebied in te lijven (vandaag de dag wordt er soms wel grappend naar verwezen als "hun huwelijksreis"). Toen ze de formatie van de coalitie van Blomastic vernomen hadden, planden ze om vanuit het noorden, over de Fugesen, het oosten van Carthiskië binnen te vallen. In de lente van 113 CE stak het Carthaamse leger, ondersteund van Aningaarse huurlingen, de Fugesen over en verraste het coalitieleger bij Blomastic. In een bloedige slag won het Carthaamse leger nipt, maar verleenden Kathor en Amina gratie aan de Suron van Blomastic. In een verdrag werd besloten dat de oostelijke Carthiskische Staten worden geïntegreerd in het keizerrijk, maar een groot deel hun autonomie behouden. Dit gebied wordt nog steeds het "Verdragland" genoemd, in het Neurs Avamia (Ava: Verdrag). Orvas Mesrath stierf in 118 CE op de leeftijd van 54 jaar, wat erg vreemd was gezien zijn gezonde levensstijl. Tot op de dag van vandaag vermoedden historici en menig Avamiër dat hij vergiftigd is geweest door het keizerspaar.

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!

De verovering van de Aquilen (115 - 119 CE)
Na Avamia drong een nieuw probleem zich op, dit keer aan de westgrens van het Keizerrijk. Al tientallen jaren teisterden piraten uit de Hetmaneilanden de westkust. Lezrahym werd van 14 tot 19 juni 114 CE bezet en geplunderd door Hetmanische piraten. Het Keizerspaar, dat wegens hun militaire uitspattingen in het oosten ernstig de handel in de war had gestuurd, was voorheen maar matig populair in de grote en belangrijke handelsstad Lezrahym. De bevolking schreeuwde om wraak op de Hetmanische piraten. Kathor en Amina lanceerden een grootschalige vlootbouw met als doel om de piraten te verslaan, maar net zo goed om de rest van de Aquilen in te lijven in het nieuwe keizerrijk. Zij mobiliseerden bijna alle lagen van de bevolking in West-Carthamië, wat tot dan toe ongezien was. Men durft soms wel eens stellen dat het principe van de totale oorlog daar voor het eerst is uitgevoerd en dit dus een Carthaamse uitvinding was. Na amper één jaar was een vloot van zo'n 200 schepen gebouwd, dit waren hoofdzakelijk triremen maar ook twintig quadriremen en zelfs drie quinqueremen. De vloot stond onder leiding van Borejus Valis, ooit een geniale kapitein in de Blomasticaanse marine, nu de trotse admiraal van de Keizerlijke vloot.

Op 28 september 115 verlaat de Carthaamse vloot de haven van Lezrahym, deze datum wordt tot op de dag van vandaag beschouwd als de stichtingsdatum van de Carthaamse marine. Op 14 oktober 115 troffen de Carthaamse vloot en de gezamenlijke Gardotisch-Hetmanische vloot elkaar in de Hetmaneilanden. Een geweldige zeeslag speelde zich die dag af waarbij de kleine piratenboten in de pan werden gehakt. De eilanden werden later dat jaar ingenomen en ingelijfd in het Carthaamse keizerrijk, enig verzet van de inwoners werd daarbij bloederig in de kiem gesmoord. Vele duizenden eilandbewoners werden als slaaf meegenomen naar het vasteland. De Gardotische piratenkoning Gakardos werd gevangengenomen en geparadeerd door de straten van Lezrahym, de stad die hij anderhalf jaar ervoor nog had geplunderd. Gakardos werd op het centrale marktplein publiekelijk terechtgesteld, hij werd eerst deels levend gevild en daarna in brand gestoken. Dit alles onder het goedkeurende oog van de uitzinnige Lezrahymse bevolking, en ook onder het goedkeurende oog van Kathor en Amina, die weer met een vijand hadden afgerekend.

De enorme maritieme aanwezigheid van Carthamië had nog verdere gevolgen voor de Aquilen. In de Westelijke Bond vond een staatsgreep plaats tegen de onafhankelijke Carthiskische heersers en werd het eiland onderdeel van het keizerrijk in 116. De nieuwe Koningin der Artoniden werd in 118 een vazal van het Carthaamse Keizerrijk en trouwde in 126 met de tweede zoon van Kathor en Amina. De Menliciërs betaalden werden vanaf 119 schatplichtig aan het keizerrijk, en in hun gebieden komen steeds meer Neurse en Carthiskische kolonisten zich vestigen. De westgrenzen van het Carthaamse Keizerrijk waren hiermee definitief beveiligd, en de blik van Kathor en Amina in hun machtshonger richtte zich elders.

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!

De Consolidatie (115 CE - 124 CE)
Na de veroveringen van Oost-Carthamië en de Aquilen nam het Keizerspaar de tijd om hun nieuwe keizerrijk te consolideren. Op een tijdspanne van amper 10 jaar waren verschillende volkeren die voorheen met elkaar in oorlog lagen met elkaar verenigd. Er waren enkele elementen die (het merendeel) van de volkeren wel met elkaar verbonden.
  • Religie: Quasi alle overwonnen volkeren hingen een of andere polytheïstische religie aan. De officiële religiepolitiek van het Eerste Carthaamse Keizerrijk was het cylenisme, een polytheïstische religie. Goden uit andere polytheïstische religies, zoals die van de Neuren, Aningaren of Menliciërs, werden opgenomen binnen het Cylenistische pantheon.
  • Economie: Het Keizerrijk, met zijn overweldigende militaire macht, bood stabiliteit in het woelige West-Borealië. De Keizerlijke Marine patrouilleerde op de Westzee (Scipionische Zee) en ontraadde piraten om toe te slaan. Ook op land bood het keizerlijke leger handelaars en burgers veiligheid. Onder deze bescherming bloeide de handel binnen het Carthaamse Keizerrijk vanaf de 2e eeuw CE.
  • Tolerantie: Binnen het Keizerrijk werden andere culturen en religies tot op zekere hoogte getolereerd. Hoewel het cylenisme als religie de norm was, en een goede kennis van het Carthiskisch of het Neurs ook bevorderlijk was, werden anderen niet persé vervolgd.
  • Grote werken: Het Keizerspaar investeerde in grote bouwwerken om de veroverde en meer onderontwikkelde gebieden van het rijk te revitaliseren. Deze werken werden door de lokale bevolking geapprecieerd, waardoor in de meeste plaatsen het verzet tegen het Carthaamse heerschap wegebde. Er werden nieuwe steden opgericht, met name op plekken waar voorheen maar weinig beschaving aanwezig was.
Toch was niet alles koek en ei, en in grote delen van het nieuwe keizerrijk was er onrust. De Menliciërs waren bijvoorbeeld niet blij met de inname van hun land door Carthaamse kolonisten en sommigen voerden guerilla-acties die nog eeuwen zouden duren. De Eduonen in het Aningland legden zich neer bij de Carthaamse overname en floreerden na eeuwen van Aningaarse bezetting.
Karktische Oorlog (124 CE - 127 CE) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
Na enkele jaren van herstel en consolidatie was er tegen 124 ook in de praktijk sprake van een machtig en eengemaakt Carthaamse Keizerrijk. Toch planden Kathor en Amina om af te rekenen met de vijand waarmee het allemaal begon. In het oosten was het Karktische Rijk nog steeds actief en deze was het Carthaamse Rijk slecht gezind. Beide Rijken stevenden af op een finale confrontatie die het lot van West-Borealië zou bepalen.

Kathor en Amina begonnen in 123 met het plannen van een invasie van het Karktische Rijk. Als casus belli grepen zij raids van groepjes Karktiërs op Avamië om een invasie van het Karktische Rijk te legitimeren onder de Carthaamse bevolking. Het Keizerspaar plande een invasie voor het jaar 124 die uit twee delen zou bestaan.
  • Admiraal Borejus zou een amfibische invasie van Insubria leiden en moest de aandacht van de Karktiërs op hun landgrens met Carthamië wegnemen. Men hoopte dat de Karktische Xahala Eholuq enkele legers van deze grens zou weghalen.
  • Het Keizerspaar zou van de situatie gebruik maken om enkele weken later het noorden van Kartjas binnen te vallen langs de verzwakte landsgrens. Het gevolg zou een tangbeweging zijn waarbij de Karktiërs worden teruggedrongen tot hun hoofdstad, Icevi.
Zoals gepland vertrok de Carthaamse vloot op 25 augustus 124 o.l.v. Admiraal Borejus uit de haven van Neliseth voor een toch naar Insubria. Op 28 augustus gaat Borejus aan land op de noordkust en trekt hij met zijn legers richting Peprath. De inname van Peprath in september 124 zorgde voor een schok bij de Karktiërs die snel hun legers terugtrokken van de landsgrens, zoals verwacht. Amina en Kathor trokken enkele weken later de grens over en marcheerden naar de versterkte stad Agode, waar een slag werd uitgevochten met de resterende Karktische legers.

Na een overwintering in Agode trok het Keizerspaar het hartland van het Karktische Rijk binnen. Bij Pantica probeerden de Karktiërs in het voorjaar van 125 nog een verdediging op te stellen aan de rivier, maar ook deze slag verloren zij. Op Insubria vocht Borejus terzelfdertijd bij Icoth een slag uit met de bulk van het Karktische leger dat in 124 werd weggehaald naar het eiland. In een epische veldslag waarbij Carthiskische inwoners van het eiland aan beide kanten meestreden haalde Borejus het nipt van zijn tegenstander Eholuq, de Xahala van de Karktiërs. Eholuq kon ontsnappen naar Icevi, vanwaar hij een last stand organiseerde en de andere Karktische stammen in de omgeving probeerde te overhalen om hem ter hulp te komen.

De legers o.l.v. het Keizerspaar begonnen in het voorjaar van 126 aan de belegering van Icevi, dat door Eholuq zwaar was uitgebouwd tot een enorme vesting. De belegering was in februari 127 nog steeds aan de gang, toen op de kusten voor Icevi duizenden Karktiërs aan land kwamen vanuit de eilanden ten zuidoosten van Icevi. De Assinaren, een Karktische stam die op die eilanden woonden en deels geromaniseerd waren, schoten Eholuq ter hulp en vielen de Carthaamse legers aan. Deze slag liep af op een zware nederlaag voor de Carthamiërs die aan de onderhandelingstafel werden gedwongen. Carthamië kreeg het oosten van Avamië grotendeels terug, inclusief steden zoals Agode, maar kon de Karktiërs niet volledig onderwerpen. Enkele stammen die aan Carthamië grensden betaalden evenwel tribuut.

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!
Hoogdagen van het Eerste Carthaamse Keizerrijk (127 CE - 183 CE) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
Na de Karktische Oorlog brak een tijd van vrede aan. De winsten van de oorlogen werden geconsumeerd en het Keizerspaar begon haar aandacht te verleggen van de consolidatie van het keizerrijk naar een brede binnenlandse politiek.

Grote Werken
Het nieuwe Keizerrijk probeerde de harten van de vele veroverde volkeren te veroveren met een politiek van ontwikkeling. Naast nieuwe stadsstichtingen werden grote infrastructurele werken gebouwd die de socio-economische omstandigheden van met name achtergestelde gebieden moest verbeteren:
  • Het Keizerlijk Wegennet: Naar Dumerisch voorbeeld begon de Carthaamse keizerlijke administratie met de bouw van een ambitieus wegennet. In het pre-keizerlijke West-Borealië waren schepen het belangrijkste vervoersmiddel, zowel op de zeeën als op de binnenlandse rivieren. De bouw van verharde wegen maakte handel over land mogelijk en doorbrak het monopolie van een aantal grote handelssteden op de binnenlandse handel. Aan kruispunten werden nieuwe steden gesticht die vrij waren van lokale heersers en onder direct bestuur van de keizer stonden. Deze werden vaak bevolkt door kolonisten en waren een uitvalsbasis voor een legioen in de provincies.
  • Grote bouwwerken: In een succesvolle poging om de vele religieuze tradities en godendommen binnen het Rijk te verenigen, begon men met een massale opwaardering van belangrijke religieuze sites. Het idee was om bepaalde niet-cylenistische religies te integreren in het cylenisme en om zo de harten van de veroverde volkeren nog meer voor zich te winnen. Enkele bouwwerken:
    • De Toren van Asim: Dit monumentale bouwwerk heeft als één van de weinige grote architecturale werken uit de klassieke oudheid de tand des tijds doorstaan. Met zijn 145 meter hoogte was het lange tijd samen met de grote pyramide van Giza het hoogste bouwwerk ter wereld. Het is van quasi overal in Stelmië te zien en is symbool voor de heilige stad Asim. Het is een belangrijk heiligdom voor zowel het cylenisme als Carthamië, onderin de toren bevindt zich het mausoleum van Kathor en Amina. Hoger in de toren bevindt zich een heiligdom aan de dode god Cyll, waarvan een restant wordt bewaard in het monument (een stuk meteoriet). Bovenaan de toren brandt een eeuwig vuur, dat zichtbaar is vanuit bijna de hele provincie Stelmië. In 163 worden Kathor en Amina begraven in een mausoleum onderin de toren.
    • Grote tempel van Sanhath: In Sanhath werd vanaf het jaar 140 een grote tempel gebouwd aan een lokale godin, de tempel werd in 201 verwoest door een aardbeving, en veel informatie over het bouwwerk is niet overgebleven.
    • De drooglegging van de Lezramoerassen: Dit is waarschijnlijk het meest indrukwekkende stukje techniek dat ten tijde van het Keizerspaar werd bewerkstelligd. De grote metropool Lezrahym vocht al sinds haar ontstaan een eeuwige strijd met de moerassen waarop de stad gebouwd is. Regelmatig brak Malaria uit in de stad van 300.000 inwoners en de moerassen maakten de stad overstromingsgevoelig in het geval van storm. Beginnende in het jaar 131 werden dijken aangelegd die de stad beter moesten beschermen tegen stormvloed en de moerassen moesten afsluiten van de zee en de rivier. Het ingesloten moeras werd langzamerhand drooggelegd waardoor de stad nog fors kon groeien.
Kolonisatie
Er werden nieuwe steden gesticht in het hele keizerrijk en er kwam een kolonisatiegolf op gang vanuit het dichtbevolkte Carthiskië en Neurië naar de uithoeken van het nieuwe keizerrijk. Met name de Aquilen kenden een sterke verneursing vanaf de 2e eeuw CE. Op kruispunten van het keizerlijk wegennet ontstonden nieuwe handelssteden die los stonden van het gezag van lokale heersers en onder direct bestuur van de Keizer. Zulke steden vormden al gauw centra voor keizerlijke machtsprojectie in de nieuwe veroverde gebieden.

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!

Tingloth: De Tweede Keizer
Keizer Kathor stierf na een kort ziekbed in 163 op de gezegende leeftijd van 78 jaar. Amina, die zelf 70 jaar oud was, stond daarop haar positie als keizerin af aan hun oudste zoon, Tingloth. Tingloth werd in een grote ceremonie tot enige Keizer gekroond van Carthamië.

Onder Keizer Tingloth ging de welvaart van het Eerste Keizerrijk verder, het rijk groeide en zag nieuwe stedenstichtingen. Toch kwamen er ook kapers op de kust. Ten zuiden van het rijk groeide het Dumerische Rijk zienderogen met de inname van de Assinarische eilanden in de jaren 170 en de komst van Dumerische kolonisten op Insubria in diezelfde periode. Tingloth was echter zeker dat een militaire confrontatie zou leiden tot een Carthaamse overwinning.

Toch had de man andere katten om te geselen, Tingloth had fertiliteitsproblemen en kon zeer moeilijk nakomelingen bekomen. Zijn oudste zoon, kroonprins Androth, kwam in het jaar 178 om bij een jachtongeval. Tingloth slaagde er niet meer in tijdens zijn leven om een troonopvolger te bekomen en stierf kinderloos in 180. De vraag was wie Tingloth nu moest opvolgen.
Caria's Oorlog en herstel (180-200) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
Na het overlijden van Keizer Tingloth werd besloten dat een neef van Tingloth, Piran Keizer moest worden. Piran was de zoon van Tingloth's broer Ethilon die reeds in 176 was overleden. Piran's claim op de troon was echter niet sterk, de jongste broer van Tingloth was nog in leven en claimde eveneens de troon.

Afbeelding
De nakomelingen van Amina en Kathor. In het rood de heersende keizers (met rechtsonder regeerperiode), in het geel pretendenten (met rechtsonder periode van claim).

Nu, de man zelf claimde hem niet meer wegens dementie, maar het was zijn dochter Caria, Alecona van Greop, die de facto haar vader bestuurde. Caria was uit op de Keizerstitel en lanceerde in 181 een opstand vanuit Blomastic om de Keizerstitel manu militari te claimen voor haar vader. De opstand van Caria werd gesteund door de Dumeriërs, met wie Caria een deal had gesloten omtrent controle van Insubria, een tribuutstaat van het Carthaamse Keizerrijk.

Caria's opstand nam controle over grote delen van zuidwest-Carthamië tegen 182. Tegelijk was er een zoveelste opstand van de Menlicen op de Aquilen die Piran's troepen daar bezig hield. In 183 volgde de beloofde Dumerische inmenging met een invasie van Egis en Insubria. Het merendeel van de Tribuut-Karktiërs stopte met het betalen van tribuut aan Piran. De Keizer was in het nauw gedreven, maar kon uiteindelijk terugslaan. Tegen 185 was de opstand van Caria gedaan en pleegde de alecona zelfmoord.

Piran's claim op de troon was verzilverd, maar de prijs die het Keizerrijk moest betalen was hoog:
- De Menlicische Opstand kostte duizenden Carthaamse soldaten het leven, en vele tienduizenden werden in het gebied gestationeerd om een volgende opstand neer te slaan.
- De Tribuut-Karktiërs en Tribuut-Lurariërs stopten met het betalen van tribuut.
- De Dumeriërs hadden Egis en Insubria overgenomen en waren qua grootte verdubbeld.

Deze zwakte zorgde ervoor dat er geen noemenswaardige pogingen werden gedaan Egis en Insubria te heroveren op de Dumeriërs. Meer nog, de Dumeriërs vielen in 193 het vasteland binnen en veroverden Asture, de laatste onafhankelijke Carthiskische stadstaat; Icevi en Carteia. Hierdoor was het Dumerische Rijk op twee decennia tijd een al bijna even grote speler op het Borealische continent geworden als Carthamië.

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!
Karktische Opstand en Romeinse opmarsen (220-242) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
De Dumerische veroveringen op het vasteland zorgde voor een exodus van de Karktiërs uit hun vroegere thuisregio's. Er volgden twee bewegingen:
  • Richting oosten, richting het land dat door de Dumeriërs Perisia genoemd werd en daarvoor bewoond werd door Paenniërs.
  • Richting het noorden, waarbij met name Carthaamse steden als Mattem, Agode en Carnoth overspoeld werden met Karktische kolonisten.
De noordelijke vluchtbeweging zorgde ervoor dat de regio's die al een sterke Karktische minderheid hadden nog sterker Karktisch werden. Agode had tegen het jaar 195 een Karktische meerderheid, Mattem tegen 199. In deze perifere gebieden vervaagde het Carthaamse centrale gezag jaar na jaar en in 220 proclameerden steden als Mattem en Agode hun onafhankelijkheid van het Rijk. Keizer Dorgath (zoon van de in 208 gestorven Keizer Piran) zond legioenen richting deze steden om de opstand de kop in te slaan, maar slaagde hier niet in. Steun van de Karktische stad Hovan, die buiten het Keizerrijk lag, was doorslaggevend. Een lange belegering van Agode mislukte na anderhalf jaar in de lente van 222 door de dood van Keizer Dorgath ten gevolge van een uitbraak van malaria. De Karktische steden vierden zegen en vormden een losse stedenbond, door Carthaamse geschiedkundigen wordt deze bond gezien als de oudste voorloper van het moderne Kartjas. (Dit laat het Karktische Rijk van de eeuw ervoor buiten beschouwing gezien deze op een heel andere plek lag)

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!

Toch bleek dit rijk niet duurzaam te zijn. Er ontstonden al snel tegenstellingen tussen de verschillende Karktische steden en stammen en Kartjas had geen tijd om zich op te bouwen na de opstand tegen het Carthaamse Keizerrijk. Van dit machtsvacuüm maakten de Dumeriërs gebruik, in het jaar 238 vielen de Dumeriërs Mattem aan en belegerden de stad. Hovan en Oca (Agode) stuurden geen versterkingen maar zorgden er enkel voor dat de Dumerische legioenen de rivier Oea niet zouden oversteken.
Tegelijkertijd installeerden de Dumeriërs een Dumerischgezinde Xahala in Perisië. De Perisiërs werden een foederatus (soort vazalstaat) van het Dumerische Rijk en ondersteunden hen militair actief.

Ook in het noorden kwam er een nieuwe belangrijke speler op het toneel. De Cyleens-Romeinse eilandstaat Arbrusio had zichzelf in 181 uitgeroepen als Keizerrijk, waarmee het zijn intenties uitte naar de wereld om meer te veroveren buiten hun eiland. Arbrusio viel de westkust van wat nu Tholenië is binnen en stichtte er de stad Rex Naris, letterlijk "koning van de neus" naar de unieke vorm van de landtong waarop de stad is gebouwd. Tegen het midden van de 3e eeuw CE beheerste de staat de hele kustlijn tussen de rivier Chinoth (Les Chineaux) en het Fornomeer.

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!
Keizer Theorc (242-289) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
Keizer Kathor wordt in de Carthaamse geschiedschrijving gezien als de aartsvader van Carthamië die het land groot maakte. Toch is zijn achterachterachterkleinkind Theorc de Keizer die in feite het voortbestaan van Carthamië als Borealische grootmacht heeft verzekerd.

Theorc kwam in 242 als 22-jarige op de Keizerstroon na het overlijden van zijn vader Egmarth. De ambitieuze Theorc zag de komst van de Arbrusiërs en de opmars van de Dumeriërs niet als een bedreiging maar een uitdaging. Hij besefte dat hij enerzijds een statement moest maken naar de Arbrusiërs maar anderzijds dat de Arbrusische opmars de Cylenen en Proto-Lurarische stammen in het oosten ernstig had verzwakt.

Theorc begon met het opbouwen van een militaire machine in het noorden met als doel om de grenzen oostwaarts en noordwaarts te verleggen. Hij creëerde in het rijk genoeg steun voor deze campagnes:
  • De uitbreiding van de "Romeinse" machten richting de heilige stad Kelith (Thans Ceylynn) maakte gelovige cylenistische inwoners grote zorgen.
  • De bevolking van het Carthaamse Keizerrijk was op meer dan een eeuw fors gegroeid, en er was in sommige streken sprake van overbevolking. Zelf de Aquilen werden, ondanks de verdrukking van de Menlicen, stilaan te vol. Uitbreiding en kolonisatie van nieuwe landen was haast van cruciaal belang voor het verderbestaan van Carthamië.
Cyleense Expansie
In 254 vertrok een expeditie naar de Cyleense stadstaten. Op enkele jaren tijd werd Faylin geannexeerd (256), net als de heilige stad Ceylynn en de stichting van een nieuwe stad op het Tragonische vasteland (Hodarth). De rest van Ðagen werd een vazalstaat van het Keizerrijk, en Fyor en Araðane betaalden tegen 263 tribuut aan het keizerrijk. Als tegenreactie vormden de overgebleven Cyleense stadstaten een stedenbond tegen zowel de Carthaamse als Arbrusische expansie in het gebied.

Lurarische Expansie
Na de succesvolle onderwerping van grote delen van Cylenië, sloeg Theorc's blik op de gebieden ten oosten van de Hilgarrivier, de traditionele oostgrens van Carthamië. In 264 leidde hij een leger over de Hilgar om de proto-Lurarische stammen in het gebied te onderwerpen en in vele gevallen tot slaaf te maken. De expansie stopte tot aan de rivier Chinoth (Les Chineaux) waar de Arbrusische kolonie lag, dit om een duidelijk statement te maken aan de Arbrusiërs, wiens expansie op het vasteland nog relatief traag ging.

Lurarië werd kort na de annexatie overspoeld door tienduizenden Carthamiërs, Keizer Theorc had de veteranen van de Cyleense en Lurarische expansietochten landerijen geven waarop zij goed konden boeren en tegelijkertijd de boel koloniseren. Aan de Chinoth werden versterkte steden (Tal) gesticht zoals Tal Redath, Tal Larzath en Tal Chinoth en werd een relatief rudimentaire muur opgetrokken tegen de Arbrusiërs en de Nagaskische stammen ten oosten van de rivier.
Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!
Pax Carthamiana (289-500) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
Bij het overlijden van Keizer Theorc was het Carthaamse Keizerrijk fel verranderd, de nieuwe uitbreidingen in het noorden maakten Carthamië tot de meest dominante staat op het continent. Een reeks krachtige en stabiele keizerschappen na Theorc consolideerden deze veroveringen en zorgden voor een sterke economische en demografische groei in het Keizerrijk. Lezrahym, het economische hart van het Keizerrijk, had rond het jaar 400 waarschijnlijk een bevolking van 700.000 inwoners. Wat het toen waarschijnlijk de grootste stad ter wereld maakte. Deze periode van stabiliteit en welvaart wordt door historici de Pax Carthamiana (Carthaamse Vrede) genoemd, naar analogie met de Pax Romana.

Ondanks dat zowel de Arbrusiërs als de Dumeriërs gebieden bleven veroveren rondom het Keizerrijk, durfde geen van beiden het aan om het direct op te nemen tegen Carthamië. De nog overgebleven Cyleense stadstaten enerzijds, en de Karktiërs anderzijds vielen wel ten prooi aan de Romeinse veroveringsdrang. Toch vond er tussen beide culturen ook een grote culturele uitwisseling plaats; de werken van klassieke filosofen als Plato, Aristoteles en Socrates waren in de 5e eeuw beter gekend in Carthamië en Dumerië dan in het instortende West-Romeinse Rijk. Het alfabetische Latijnse schrift van de Dumeriërs en Arbrusiërs leidde tot de ontwikkeling van het moderne Cyleense alfabet. Ook de Carthaamse en Cyleense invloed op de Dumeriërs en Arbrusiërs was groot, waardoor deze steeds meer begonnen te verschillen van de oorspronkelijke Romeinen en duidelijk zelfstandige culturen begonnen te vormen.

Afbeelding
Hier klikken voor een grotere versie!
Neergang en val van het Eerste Carthaamse Keizerrijk (500-722) (Herwerkt!)
Spoiler: weergeven
De 6e en 7e eeuw CE brachten een aantal gebeurtenissen en evoluties met zich mee die zorgden voor onrust op het continent:
  • Het klimaat in Europa en het Atlanticum werd vanaf de vijfde eeuw kouder, dit zorgde voor minder goede landbouwopbrengsten en een achteruitgang van de stedelijke cultuur in Carthamië vanaf de zesde eeuw. De steden namen qua grootte af en meer mensen gingen terug naar het platteland om aan landbouw te doen.
  • De Atlantische Oceaan werd vanaf het begin van de zesde eeuw woester door een nog steeds onverklaard fenomeen. De vrij sporadische handelscontacten tussen Europa en Atlantis werden hierdoor extra bemoeilijkt, en vielen vanaf de zevende eeuw quasi volledig stil. Slechts zeer zelden bereikten Europese schepen Atlantis, en veelal waren dit schepen die door stormen uit koers werden geslagen. Langzaam verdween Atlantis voor de meeste Europeanen uit het collectieve bewustzijn, en werden er geen pogingen meer gedaan om Atlantis te bereiken.
  • Ierse monniken bereikten in de loop van de 7e eeuw Borealië op dezelfde manier waarop zij o.a. IJsland ontdekten, door zich van Ierland te laten afdrijven op een bootje. Deze monniken probeerden op het continent de verschillende volkeren te bekeren tot het christendom, met wisselend succes en veelal eindigend als martelaar. De bekeringen en de beperkte introductie van het christendom in het polytheïstische Borealië zorgde voor aanzienlijke sociale onrust. Carthamië liet het nieuwe geloof toe, terwijl het in Dumerië en Arbrusië sterk vervolgd werd.
Al deze factoren zorgden voor een sterke afbrokkeling van de welvaart van het Keizerrijk en dus de macht en gezag van de keizers. Er kwamen meer opstanden van boeren en lokale machthebbers tegen het centrale gezag en de macht van de keizer brokkelde in snel tempo af. In 722 stierf Keizer Ongvar kinderloos en zonder directe troonopeisers, zo viel de keizerlijke troon voor het eerst in 600 jaar leeg en barstte het Eerste Carthaamse Keizerrijk uit elkaar.
Laatst gewijzigd door Kathor op do 18 nov 2021, 00:17, 1 keer totaal gewijzigd.
Aena te onða teya flu|leya Aena te onða teya flulleya

Kathor
Geoficticus
Berichten: 2068
Lid geworden op: za 05 mei 2012, 14:52

Re: [CAR] Deel 3

Bericht door Kathor » do 18 nov 2021, 00:16

Deel 3: Het Interregnum en het Tweede Carthaamse Keizerrijk (722 - 1492)

Het Interregnum (722 - 829) (In Aanbouw)
Spoiler: weergeven
Het verdwijnen van de Keizer stortte het Carthaamse Keizerrijk in een nog diepere crisis. Hoewel aanvankelijk een raad van belangrijke edelen het land probeerde te besturen in afwachting van een betere oplossing, viel deze raad in 727 uit elkaar. Vervolgens begonnen de verschillende adellijke families en stadstaten tegen elkaar te strijden, en verdween meer en meer het idee van een eengemaakt Carthamië. Deze periode staat in de Carthaamse geschiedkunde bekend als het Interregnum.

Van deze zwakte maakten de Carthaamse buren gebruik, en in 731 lanceerde Dumerië een grootscheepse invasie in Avamië. Vanuit Egis en Insubria werd een vloot gevuld met 3 legioenen en extra reservisten naar de Avaamse kust gestuurd om de kuststeden Adren en Cyrener in te nemen. Deze invasie slaagde en de Dumeriërs hadden tegen de zomer van 732 grote delen van Zuid- en Oost-Avamië in handen. Ondanks het uiteenvallen van het Carthaamse Keizerrijk, was een verenigd Carthaams leger opgetrommeld onder leiding van verschillende edelen. Dit leger trof het Dumerische leger bij Edrano in het najaar van 732, en vocht hier een slag uit die de Carthamiërs desastreus verloren. Tegen 733 hadden de Dumeriërs het merendeel van Avamië in handen, op een strook ten westen van de rivier Migos (met de steden Greop en Othanis op de Dumerische oostoever, en Anolyth op de Carthaamse westoever) en de steden Sadrith en Tornis in het Noord-Avaamse hooggebergte na.

De nederlaag bij Edrano betekende het einde van grootschalige samenwerking tussen de verschillende Carthaamse edelen, en wordt door een aantal historici aangegeven als het definitieve einde van het Eerste Carthaamse Keizerrijk. Het Keizerrijk, hoewel officieel nog bestaande, had geen Keizer noch heersende dynastie en bestond dus enkel nog in naam. Verschillende lokale heersers en dynastieën vochten onderling met elkaar om de Keizerlijke troon te kunnen grijpen. Zesmaal werd Asim belegerd tussen 740 en 829 door edellieden die de stad wilden veroveren en zichzelf tot Keizer wilden proclameren.
Ontstaan van het Tweede Carthaamse Keizerrijk (829 - 895) (In Aanbouw)
Spoiler: weergeven
Eén belangrijke adellijke familie, die in het zuiden van Carthamië aan de nieuwe grens met Dumerië veel grond bezat, was de familie Valis. Stamvader Borejus Valis was ten tijde van Kathor en Amina een belangrijke admiraal die de marine leidde in de oorlogen tegen de Aquilijnen en de Karktiërs. De Valis-familie bleef prominent tijdens het Eerste Keizerrijk en was tijdens het Interregnum één van de machtigere entiteiten in het voormalige Carthaamse Keizerrijk. In tegenstelling tot enkele andere adellijke families die te snel probeerden de keizerstitel te claimen, wachtte de familie Valis rustig af tot ze tegen het begin van de 9e eeuw verreweg de belangrijkste speler waren in Carthamië.

In 829 vertrok een enorm leger o.l.v. Rodo Valis vanuit Zuid-Carthamië naar Asim. Zonder slag of stoot viel de stad voor de Valis en haar bondgenoten, en werd Rodo tot Keizer van Carthamië gekroond. Al snel werd duidelijk dat Rodo's claim op de keizerstroon veel sterker was dan zijn voorgangers, een combinatie van familiehistoriek en simpelweg een sterk leger hebben. Keizer Rodo werd dan ook de eerste Keizer van Carthamië sinds het overlijden van Keizer Ongvar 105 jaar eerder. De Valis-Dynastie had aan het langste eind getrokken tijdens het Interregnum, en zou voor de komende eeuwen de Carthaamse troon bezetten. Deze periode staat in de Carthaamse geschiedkunde dan ook bekend als het Tweede Carthaamse Keizerrijk.

Het Tweede Carthaamse Keizerrijk verschilde aanzienlijk in vorm en werking t.o.v. het Eerste Carthaamse Keizerrijk:
  • Lokale autonomie:Tijdens het Eerste Carthaamse Keizerrijk werd het land veel centraler bestuurd dan tijdens het Tweede. In het Tweede Keizerrijk bleven er erg machtige en zeer autonome vorstendommen die het merendeel van het grondgebied van het Keizerrijk innamen. Alleen Stelmië (met de heilige steden Asim en Lotha) en de gebieden onder controle van de Valis-dynastie werden direct bestuurd door de Keizer.
  • Leger:Het Tweede Carthaamse Keizerrijk had in die zin dus ook geen eengemaakt leger. De legers van de gebieden onder directe controle van de Valis stonden natuurlijk ter beschikking van de Keizer, maar daarnaast hadden de andere vorstendommen ook eigen legers. In principe was oorlog tussen vorstendommen onderling perfect mogelijk (en gebeurde dit ook frequent). De Keizer beschikte zelf over een onafhankelijk Keizerlijk Legioen, een elite-leger dat in principe de kern vormde van de Carthaamse strijdkrachten maar in werkelijkheid te klein was om zonder de hulp van vazallen oorlog te voeren.
  • Godsdienstvrede:Keizer Rodo legde als één van de eerste beslissingen een zogenaamde godsdienstvrede op. Hierbij werd de aanwezigheid van het Christendom getolereerd op voorwaarde dat de Christenen stopten met het bekeren van Cylenisten. Deze beslissing, samen met het wegvallen van contacten met West-Europa, zorgde ervoor dat het Carthaamse Christendom steeds meer ging vervreemden van het Christendom elders in de wereld en steeds meer elementen begon te delen met het Cylenisme.
Aena te onða teya flu|leya Aena te onða teya flulleya

Plaats reactie

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 3 gasten