Onze mailserver geeft op het moment een storing bij het gebruik van e-mailadressen van Microsoft (hotmail.com, outlook.com, live.com). Als je een dringende vraag hebt, bijvoorbeeld over het resetten van je wachtwoord of het activeren van je nieuwe account, en je gebruikt een Microsoft-adres, stuur dan een mail naar info@atlantisgeo.nl met je vraag.

Mails die niet vanuit ons verzonden kunnen worden, proberen we zoveel mogelijk via een ander adres alsnog te verzenden.

[NAD] Ghi Kanmo i Jani daga Navu i Daru

Landen die nog onderweg zijn om officieel onderdeel uit te maken van het project Atlantis
Gebruikersavatar
Menno
Berichten: 89
Lid geworden op: za 20 dec 2014, 16:46
Locatie: Amersfoort

[NAD] Ghi Kanmo i Jani daga Navu i Daru

Bericht door Menno » zo 21 dec 2014, 21:53

Deml, Cadrwf y Pobl Nefoedd Ar Y Ddaear

Nefoedd Ar Y Ddaear is een land op Davaleda grenzend in het westen aan het Koninkrijk van Forźar, het Koninkrijk Ireggio en de Republiek Aneva. In het noorden ligt de Môr y Gogledd en in het zuiden en oosten (nog onbekend). De hoofdstad is Ddaulyn.

Nefoedd Ar Y Ddaear heeft een inwonertal van (nog onbekend) met een oppervlakte van (nog onbekend). Het is een land met een relatief ruw landschap. Het noorden aan de kust wordt gekenmerkt door kliffen en fjorden. Het zuiden heeft hoge heuvels en een aantal bergketens met diepe dalen, bezaaid met loofbossen en hoger in de heuvels naaldbossen. Deze bossen worden afgewisseld met graslanden en hoogvlaktes. Bestuurlijk is het land onderverdeeld in 8 Silffoedd Derwydd.

Het huidige Nefoedd Ar Y Ddaear ontstond toen de laatste opstandige Kruijsende Koning werd verslagen op Beltyn in 1849. Deze werd als het laatste onvrijwillige offer, terstond op het slagveld doodgeknuppeld, geschonken aan Dagda. Sindsdien zijn de acht Silffoedd Derwydd verenigd onder de Arch-Derwydd.

Nefoedd Ar Y Ddaear is een relatief welvarende natie. Door de relatief kleine hoeveelheid beschikbaar land voor landbouw, is de landbouw hoog ontwikkeld. Het hogere en minder vruchtbare land wordt vooral gebruikt voor de veeteelt van koeien en geiten voor de productie van vlees, melk en kaas. Verder wordt er op grote schaal mijnbouw in ijzer, tin, lood en koper bedreven. Dit wordt per spoor naar hoogovens in het noorden aan de kust getransporteerd en vanaf daar geëxporteerd.

Basisgegevens

Officiële naam: Deml, Cadrwf y Pobl Nefoedd Ar Y Ddaear
Ander benamingen, NL: Nefen en Daar, Eng: Neaved and Dear
Officiele landstaal: Nefolaidd
Hoofdstad: Ddaulyn
Regeringsvorm: Theocratische Federatie
Staatshoofd: Arch-Derwydd Amynedd
Religie: Derwyddiaeth
Oppervlakte: -
Inwoners: -
Volkslied: -
Munteenheid: Aur
UTC: -3
Nationale feestdag: Beltyn
Code,Tel: NAD, -
Jaartelling:

Y Baedd Efydd
Spoiler: weergeven
Afbeelding

Y Baedd Efydd is de vlag van Nefoedd Ar Y Ddaear. Deze vlag is afgeleid van beschrijvingen die over een van de vaandels, meegedragen door de verenigde stammen onder de eerste Opperkoning, werd gedaan. Toen in 1849 de laatste Kruijsende Koning werd verslagen werd besloten om deze vaandel weer opnieuw in te stellen als de vlag van het verenigde Nefoedd Ar Y Ddaear.
Kaart
Spoiler: weergeven
Grotere versieAfbeelding
Geschiedenis

Eerste noties van Nefoedd Ar Y Ddaear
Spoiler: weergeven
De eerste noties van Nefoedd Ar Y Ddaear worden rond 70 v.C. gemaakt door de Rhufein Heratus over de Nefolaidd, een stam afkomstig uit de hoge heuvels en bergen in het midden en zuidoosten van wat nu Nefoedd Ar Y Ddaear is. Zij worden als volgt beschreven door Heratus;

“Na bijna twee weken reizen van het fort aan de grens, bereikten wij een kleine nederzetting in een smal dal waar hoge bergen bovenuit rezen, en ijskoude beken doorheen snelde. De nederzetting was omgeven door een aarde wal met een palissade en in het midden was een chaotische en drukke markt vergeven van alle levende wezens. Vee en kinderen woelde als elkaars gelijken door de modder. Tegen het vallen van de avondschemer kwamen vanuit de bergen een lange stoet mensen die hun vee voor zich uitdreven naar een omheining buiten het stadje. Ze kondigde zich aan door te blazen op grote horens, waarschijnlijk van berggeiten waarvan de uiteinden versierd waren met bronzen beeltenissen van draken en allerlei andere verschrikkelijke beesten. Zowel de mannen en vrouwen waren gekleed in lederen rokken, die van de mannen korter dan die van de vrouwen. De rok wordt bijeengehouden met een brede riem versierd met bronzen knoppen en onderaan met een bronzen speld. Over de schouders hebben ze een wollen kleed in vele kleuren geslagen, welke bijna allemaal hetzelfde patroon hebben. Bij nader weten geven deze kleden de clankleuren aan. De mannen hebben hun haar opgeschoren tot de bovenkant van het hoofd. Daar is het lang gelaten en wordt het met dierenvet naar achter gehouden. Hun baarden zijn lang en doorgeven met bronzen sieraden met de gezichten van hun voorouders. De vrouwen hebben hun haar in drie vlechten naar achter gebonden met kleurige stukken stof. Allen dragen bronzen armbanden om de bovenarmen die niet geheel gesloten zijn en aan de uiteinden worden getooid met koppen van mensen, beesten of draken. Ze zijn lang, met blond, bruin of rood haar en op hun onderarmen dragen ze tatoeages uiteenlopend tussen ingewikkelde lijnpatronen tot afbeeldingen van draken en beesten.”

Heratus woonde in het Rhuffeinse Republiek. Dit al rond 300 v.C ontwikkelde land lag in het noorden van wat nu Nefoedd Ar Y Ddaear en grenzend aan wat nu Aneva is. Een raad van wijze oude mannen die werden gekozen door en uit de grondbezittende elite van het volk, bestuurde de Republiek.
Rhuffeinse Republiek
Spoiler: weergeven
De landen ten oosten van Nefoedd Ar Y Ddaear zijn wezenlijk anders in cultuur en taal. Deze oorsprong ligt in de Rhuffeinse Republiek. Gelegen in wat nu het noordoosten van Nefoedd Ar Y Ddaear is, het noordelijke deel van Irregio en het oosten van Aneva. De hoofdstad van de Rhuffeinse Republiek was Rhuffo en lag 30 kilometer ten zuiden van Ardello aan de Lanio. Aan deze rivier begon zich rond 300 v.C een beschaving te ontwikkelen vanuit een aantal dicht bij elkaar liggende dorpjes. Deze dorpjes vormde samen een collectief in landbouw en veeteelt. Zij werden echter geregeerd door één koning, Fulo genaamd. Welke zich volgens de legendes nogal als een despotisch heerser manifesteerde. Volgens de ontstaansmythe van Rhuffo werd hij afgezet en gelyncht door de bevolking in omgerekend 301 v.C. Sindsdien begon de jaartelling van het nieuwe Rhuffo.

Nadat de koning dood was kwamen de oudste en wijste mannen van de dorpen bij elkaar en vergaderde zij hoe nu verder te gaan. Besloten werd dat elke familie van grondbezitters hun oudste en wijste man mocht afvaardigen voor de publieke vergadering. Sindsdien gelde dit als het bestuurlijke orgaan van de Rhuffeinse Republiek. Men kwam tot besluiten door te stemmen, en als minstens de helft plus één voor was, werd het voorstel aangenomen. Deze voorstellen werden eerst uitgebreid besproken. Dan ging men naar huis, zodat het overdacht kon worden en dan mocht er pas een week later over gestemd worden. Dit was om te voorkomen dat er overhaastige beslissingen genomen werden. Alleen als duidelijk werd dat een voorstel om tweederde plus één van de vergadering kon rekenen kon het direct aangenomen worden als het om een noodgeval ging.
In de eerste eeuw van de Rhuffeinse Republiek varieerde het aantal leden van de vergadering nog, maar rond 200 v.C. ontstond er een elite van bestuurlijke families. Daarmee kwam het aantal leden op 251 te staan. Rond die tijd veranderde de naam van de vergadering ook van Congredi in Senate.
In de eerste honderd jaar raakte de verschillende dorpjes van Rhuffo zodanig georganiseerd dat zij in grote voorspoed leefde, en groeide zodanig dat zij één groot dorp gingen vormen. Met het bouwen van de muur rond 270 v.C. riep Rhuffo zichzelf uit tot stad en begon het een centrum van cultuur te worden. Door de welvaart konden mensen zich luxe producten permitteren en werden ook kunstenaars en ambachtslieden aangetrokken die zich vestigden in Rhuffo. Er onstond een cultuur die de boventoon ging voeren in de omgeving van Rhuffo. Met de welvaart van Rhuffo konden ook omliggende dorpen en steden veroverd worden, of sloten gemeenschappen zich vrijwillig aan bij de Rhuffeinse Republiek. Op deze manier werd de Rhuffeinse Republiek steeds groter en bereikte het zijn grootste voorkomen in 23 n.C met de verovering van het stamgebied van de Thunnii in het oosten.
De verovering van zo’n groot stamgebied ging niet onopgemerkt en zonder gevolgen voorbij. De stammen in het oosten die tot dan onderling strijd voerde trokken samen ten strijde tegen de Rhuffeinen. Een ware slachting vond plaats in wat de Slag bij het Heutentotenwoud in 28 n.C werd genoemd en drie hele Rhuffeinse legioenen vonden de dood daar in de hinderlaag waar ze in gelokt werden. De Rhuffeinen trokken zich na die slag terug achter de Gwaed en maakte daar hun oostgrens van. Langs de rivier werden forten gebouwd om de stammen tegen te houden. Nadien bleef het tot kleine schermutselingen langs deze grens, maar een status quo werd behouden. Door de relatieve rust kon de Rhuffeinse Republiek zich weer herstellen en zijn welvaart vergroten. Deze rust houdt aan tot aan 106 n.C wanneer ten westen van de Rhuffeinse Republiek de Graafschappen opkomen. Daarmee komt het zwaartepunt van het continent in het westen te liggen. Dit is het begin van het einde van de Rhuffeinse Republiek en raakt Rhuffo veel gebied kwijt aan de Graafschappen door oorlog en opstanden. Vijf jaar later wordt Rhuffo zelf verovert en geannexeerd door de Graafschappen en vervalt het eens zo grote Rhuffo tot een klein stadje dat in de schaduw van zichzelf staat.
Vermeende herkomst der Nefoeddii
Spoiler: weergeven
Er doen zich verscheidene theorieën in de rondte over het feit dat in Nefoedd Ar Y Ddaear een taal wordt gesproken die verwant is aan Keltische talen van west Europa. Één van de meest gangbare theorieën is dat een stam van foederati, vermoedelijk de Dementae uit wat tegenwoordig Wales is, met de Dumeriërs naar het huidige Dumerië is gekomen na de slag bij Thapsus in 46 v.C.
Hoe de Nefoeddi in Davaleda zijn terecht gekomen, is echter nog bron van veel speculaties. Borealië en Davaleda liggen heel ver van elkaar van elkaar vandaan. Door DNA en genen onderzoek heeft men een poging gedaan om te achterhalen welke weg de Nefoeddi hebben afgelegd naar Davaleda.
In Dumerië zijn genen teruggevonden, en dit zou kunnen duiden op gemengde relaties tussen de Dumeriërs en de Nefoeddi. Echter of dit betekend dat de gehele stam via Dumerië is gegaan is onduidelijk.
Andere theorieën proberen de verklaring te vinden in een mogelijke route langs de kust van Afrika, of een mogelijke route via Meridillië Hoe dan ook is in ieder geval duidelijk geworden uit genetisch onderzoek dat de Dumeriërs en de Nefoeddi samen uit Europa zijn vertrokken richting Atlantis.
Nefoedd Ar Y Ddaear tijdens en na de Rhuffeinse Republiek
Spoiler: weergeven
In het gebied wat nu Nefoedd Ar Y Ddaear is woonden talloze stammen met allemaal hun eigen gebied. De meeste hadden niet meer dan een paar dorpen in hun gebied. Maar de grootste besloegen gebieden zo groot als half Forezen. Anders dan de Nefolaidd met hun naam doen suggereren zijn zij niet de naamgever van het huidige land, maar juist andersom. Het kerngebied van deze stam lag tussen de hoogste bergen van Davaleda en ze werden daarom ook wel de ‘Hemelsen’ genoemd.
De Thunnii in het noordwesten van wat nu Nefoedd Ar Y Ddaear hadden ook relatief een groot gebied liggende om de Gwaed. Zij leefde in vruchtbaar gebied en deden veel aan akkerbouw. Doordat ze in gebied leefde dat, vergeleken met de rest van het land redelijk vlak was konden de Rhuffeinen makkelijk doorstoten. Echter kwam de geest van de fles nadat de Thunnii vluchtte voor de Rhuffeinen en terecht kwamen in gebied van hun naburige stammen, de Seonii en de Oppetii. Nauw verwant met de Thunnii, hadden zij beide een verbond en konden met verenigde krachten de Rhuffeinen terugdrijven achter de Gwaed in de slag bij het Heutentotenwoud in 28 n.C.
Na de val van de Rhuffeinse Republiek werd het vacuüm ingevuld door een stam verwant aan de Thunnii, de Helonnii. Een deel van het gebied, aan de overzijde van de Gwaed kwam weer terug naar de Thunnii. Niet alle stammen leefde vreedzaam naast elkaar, en overvallen van de ene stam door de andere was een veel voorkomende praktijk. Dit was een manier om te laten zien dat een stam sterk was, doordat het krijgers op rooftocht kon sturen en nog genoeg krijgers achter kon houden om het stamgebied te verdedigen. Om dit te voorkomen sloten kleinere stammen zich vaak aan en gingen zij een vazalschap aan met een grotere stam. Zij mochten doorgaans hun koning behouden, maar werd dan een vazal van de andere koning en was verplicht om gehoor te geven aan de oproep van de hogere koning om ten strijde te trekken met een percentage van zijn krijgers. Vazallen van vazallen kwam in dit systeem ook voor.
De stammen hadden over het algemeen een eigenzinnige cultuur, maar waren niet onontvankelijk voor invloeden van buitenaf. De Rhuffeinen waren dan wel een vijand die uit was om gebied in te nemen, maar ze waren in veel dingen verder ontwikkeld. In de laatste honderd jaar van de Rhuffeinse Republiek ontstond er ook een lichte verstedelijking in de stamgebieden. Vooral de steden die dichter in de buurt van de Republiek lagen, of in lagere dalen. De dorpen in hoger gelegen dalen bleven vanzelfsprekend meer buiten deze ontwikkeling.
Na de val van de Republiek en de opkomst van de Graafschappen in het westen ontstonden vanuit de koningen van de grootste stammen kleine koninkrijkjes. Deze koninkrijkjes onderscheidde zich van de stamgebieden en hun koningen als stamleiders, in een meer gecentraliseerde manier van regeren en onderdanen die zich begonnen te specialiseren in de steden. Negentig procent van de bevolking was nog steeds boer, en voornamelijk zelfvoorzienend, maar kon overschotten verkopen op markten. Dit was nadat zij een deel als belasting hadden afgedragen aan hun koning. De overige 10 procent waren krijgers in vaste dienst van hun koning, ambachtslieden die zich hadden gespecialiseerd in hun ambacht en de kleine geestelijke elite van Derwydds die bij de tempels woonden. Er was tussen deze koninkrijkjes een terdege concurrentie die vaak tot uiting kwam in grensconflicten en strijd om de schaarse vruchtbare gebieden hoger in de bergen.
Het Gwellyenistische Koninkrijk en navolgers
Spoiler: weergeven
Het Koninkrijk van de Beladii kreeg rond 670 onder koning Gwellyen de Grote de overhand en kon een groot deel van de andere koninkrijken veroveren of tot vazalschap dwingen. Met opstanden hier en daar daargelaten, was er een relatieve rust onder zijn heerschappij. De kracht van zijn heerschappij lag vooral in het feit dat hij een relatief lage belasting eiste in goederen. Verder boog hij de macht van zijn vazallen door de krijgers die in zijn dienst kwamen land aan te bieden in veroverde gebieden.

Dit systeem ging ongeveer 250 jaar lang goed, maar er kwam een kantelpunt op het moment dat er te weinig gebied werd veroverd ten opzichtte van de hoeveelheid krijgers. Dit leidde tot opstanden in de legers van Gwellyen de Laatste waarbij de legers hun leiders als koningen naar voren schoven. Hierdoor viel het Gwellyenistische Koninkrijk rond 920 uit elkaar in kleine koninkrijken die elkaar vel bevochten. De soldaten in het Gwellyenistische Koninkrijk die gebied hadden gekregen, groeide in veel van de koninkrijken die het Gwellyenistische Koninkrijk opvolgde, uit tot een soort adel. Zij waren grondbezitters met meerdere boerderijen en zij hadden hun stamgenoten aangetrokken om in hun gebieden te gaan wonen. Deze grondbezitters vanuit het Gwellyenistische leger werden later Milwr genoemd. Door huwelijken, veroveringen en verervingen vergroeide gebieden maar veel bleven klein. Door dit proces veranderde de stammensamenleving meer in een gelaagde samenleving met een aristocratie van de Milwr.

Aan de andere kant waren er de koningen van de stammen, de zogenaamde Bennaeth. Zij heerste over de stammen en de stamgebieden, en de Milwr werden na de val van het Gwellyenistische Koningkrijk schatplichtig aan de Bennaeth van de stam waar zij toe behoorden. In het Gwellyenistische Koninkrijk was het de plicht van de Milwr om hun gebieden te beschermen en te onderhouden namens hun koning en een jaarlijkse belasting af te dragen in goud of goederen. Deze belasting was een twaalfde deel van hun totale inkomsten over het jaar. Verder hadden zij in tijde van oorlog de plicht om zelf, en met een twaalfde van hun strijders voor de koningen van de Gwellyenistische dynastie op te komen dagen. Door al deze verplichtingen kwamen de Milwr met enige regelmaat in opstand, wat een ondermijning van het gezag van de Koning tot gevolg had. Sommige Koningen konden de verschillende Milwr dan tegen elkaar op te zetten, door de een te begunstigen ten nadelen van de ander en zijn eigen macht hiermee vergroten. Deze gang van zaken duurde voort ook na het Gewellyenistische Koninkrijk, maar dan op kleinere schaal.

De Milwr konden op hun beurt in deze gewijzigde vorm van staatsbestel de Bennaeth onder druk zetten door te dreigen met te wisselen van Bennaeth. Nu was dit wel een vrij drastisch pressiemiddel aangezien de Bennaeth, mits machtig genoeg de Milwr kon bestrijden met de hulp van andere Milwr die dan aasden op de bezittingen. Vaak werden ook alleen maar tot dit soort opstanden overgegaan als genoeg Milwr er samen achter stonden.

Terwijl in het noordoosten het Kruijsend Koninkrijk opkwam ontstonden in van wat nu Nefoedd Ar Y Ddaear is, zeven gebieden binnen een tijdspan van 200 jaar. Al langer hadden maar bepaalde stammen de overhand en schaarde steeds meer kleinere stammen zich onder de banier van grotere stammen. Dit bevestigde ze vaak door een huwelijk tussen de directe familie van de Bennaeth te sluiten.
Deze zeven gebieden leven in het huidige Nefoedd Ar Y Ddaear voort als 7 van de 8 huidige deelstaten en grijpen terug naar deze periode. Het veroveren van het Kruijsende Koninkrijk was op dat moment nog een brug te ver voor elk van deze zeven gebieden. Juist door de opkomst van een Christelijk koninkrijk in het noordoosten werd het belangrijk voor de Bennaeth om hun eigen religieuze identiteit te verstevigen en te bevestigen. In deze tijd werden de eerste stappen gezet voor de huidige geestelijke elite van Derwydds en hun machtsbasis.

Het zwaartepunt in deze tijd lag in het Bennaether Fignluaer in het zuiden aan de Baai van Gwyllyr. Gwyllyr beleefde in de 13e eeuw zijn hoogtepunt als belangrijkste haven. Liggend aan een Fjord waar een redelijk rustig klimaat heerst en met een goede toegangsweg vanuit het achterland en naar de Fignluaer’s hoofdstad Bythas was dit een goede voedingsbodem voor een haven waar schepen kwamen vanuit de andere Bennaether en de landen die in het westen en oosten van Davaleda. Vanuit het achterland kwamen wol, linnen, vlees, hout en graan. En werden diversen ertsen, zoals ijzer en koper, ingevoerd. Zwarte wolken van de smeltovens was dan ook een bekend baken voor de aankomende schepen.

Ten noordenwesten van Fignluaer lag het Bennaether Bhuylgaer. Dit gebied besloeg vrijwel het gehele oostelijk gedeelte van de Rhuffeinse Republiek en veel van de steden en dorpen zijn gebouwd op de ruïnes van Ruffeinse steden.
Fiorische Periode en het Fferdereiddio
Spoiler: weergeven
In 1491 landen de Fioren vanuit West-Borealië op Davaleda en al spoedig veroverden ze vrijwel geheel westelijk Davaleda. Al gauw veroveren ze ook de laaglanden van de westelijke Bennaerther; Bhylgaer en Fignluaer en boeken de Fioren veel terreinwinst. Maar zodra ze bij de hoogvlaktes en bergketens aankomen stuiten ze op heviger verzet en ontstaat er een ware guerrilla oorlog waar de Fioren in de ene na de andere hinderlaag worden gelokt. De Fioren besluiten hierop om niet verder te gaan en houden de westelijke laaglanden bezet voor de komende zeven jaar. In 1498 komt de zoon van de Forezische oppergraaf in opstand en slaagt er in om een groot deel van het oude Forezen te veroveren. De Milwr van de westelijke Bennaerther maakte hier dankbaar gebruik van en dreven de al verzwakte Fioren terug naar het westen tot aan het Elia Fjord en -rivier.

Deze bezetting van Fioren deed een licht schijnen bij de Milwr dat zij alleen zwak stonden, maar gezamenlijk een vuist konden maken. Dit leidde tot de oprichting in 1499 van het Ffedereiddio (bondgenootschap) door de Bennaerther Fignluaer als initiatiefnemer samen met Bhuylgaer, Caerwyner, Yweaert en …. Samen konden zij een machtsblok vormen en maakte zij afspraken betreffende handel en een gezamenlijke verdediging. In 1525, toen de Balije van Kreuzzig werd opgedeeld en veel van de ridders grensburchten kregen toegewezen, wilde deze ridders zich doen gelden en veroverde zij veel lager gelegen grondgebied van de noordoostelijke Bennaerther. Lange tijd probeerde zij met een lang slepend conflict zelf de christelijke legers van zich af te houden, en dat lukte ook wel in de bergen. Maar er kwam door een gebrek aan vruchtbare grond ook een steeds groter gebrek aan voedsel. In 1527 riepen zij de hulp in van het Ffedereiddio en met deze hulp lukte het om de christelijke legers weer terug te dringen naar hun oorspronkelijke gebieden. Met dit wapenfeit sloten ook deze Bennaerther zich in 1528 aan bij het Ffedereiddio.
De periode van het Ffedereiddio is er een van relatieve rust. De dreiging om een dergelijk verenigde macht tegenover je te hebben schrok menig aanvaller al bij voorbaad af.

Nadat west-Davaleda zich redelijk stabiliseert besluit Forezen gebiedsuitbreiding te zoeken in het oosten. Ze maken gebruik van de oorlog die gevoerd wordt in het oosten met Kreuzzig en vallen in het voorjaar van 1527 de Bennaerther Fignluaer binnen waarna ze na een paar weken erin slagen om de hoofdstad Bythas en de havenstad Gwyllyr in te nemen. Zodra de rust in het oosten was teruggekeerd richtte het Fferdereiddio zich direct op het bezette Fignluaer en konden ze op 4 augustus 1529 de Forezen weer terug drijven na de veldslag op het Ghyrveld. Buiten enkele grensschermutselingen om bleef het in de jaren daarna relatief rustig en kon het Fferdereiddio weer op adem komen.

1589 tot 1596 staan bekend als een jaar van grote interne onrust van het Fferdereiddio. Door een koude winter en een extreem nat voorjaar mislukken de oogsten en de prijzen van graan en andere gewassen schieten al snel omhoog. Het eerste jaar zijn de overlevingskansen nog redelijk hoog, maar als ook het volgende jaar de oogsten mislukken door een even rampzalige winter en lente, en een tekort aan zaaigoed, ontstaan er onrusten en trekken er roversbendes door het land op zoek naar voedsel. De twee oostelijke Bennaerther stapte in 1591 uit de Fferdereiddio waarna de andere Bennaerther in een nog benarder situatie terecht komen. Te verzwakt om de twee Bennaerther via strijdmiddelen weer terug te halen en te veel interne problemen zorgen er voor dat Fferdereiddio het maar te accepteren heeft. Wanneer ze op kleinere schaal verder gaan zijn er nog minder voedsel stromen en vervalt het Fferdereiddio in anarchie. Pas rond 1596 krabbelen de verschillende gebieden er weer een beetje bovenop. Gelukkig voor de Fferdereiddio waren de landen in het westen ook zodanig verzwakt door de slechte oogsten dat ook zij het te druk hadden met interne aangelegenheden om de Fferdereiddio aan te vallen.
In jaren daarna kwamen hongersnoden nog wel eens voor, maar nooit meer zo hevig als tussen 1589 en 1596. Er werd naar aanleiding van deze gebeurtenissen dan ook besloten om van de Fferdereiddio een Cydffederasiwn (confederatie) te maken waar elk land dan ook zelf verantwoordelijk was voor zijn voedselvoorziening. Alleen op het gebied van oorlog was er nog een verregaande samenwerking.
Spaanse, Nederlandse en Portugese kolonisatie
Spoiler: weergeven
Davaleda was rond 1100 al per ongeluk ontdekt door de Europeanen, maar Europese geleerden gingen er vanuit dat het hier ging om een deel van Afrika. Echter toen er vanaf het einde van de 15e eeuw een zeeweg naar het oosten werd gezocht kwam men er achter dat Davaleda een eigen landmassa was. Columbus herontdekte de noordelijke delen van Atlantis, maar Davaleda was lange tijd buiten beschouwing gelaten.
Pas toen Zuid-Amerika verkend werd, stuitte de Spanjaarden ook op Davaleda.

Kreuzzig werd een vaste handelshaven vrij van Piraten. Dit door toedoen van de Duitse Orde. Maar al gauw besloten de Spanjaarden zelf een havenplaats te stichten omdat de liggelden van Kreuzzig te hoog werden bevonden. Don Diego de Huertá stichtte de haven in 1589 en noemde deze Puerto Felipe (genaamd naar Filips II). Halverwege een Fjord gelegen op een minder stijl stuk land was dit een uitstekende natuurlijke haven, waar het beschermd was tegen stormen van de zee.
Voorzien van vers drinkwater dat vanuit de bergen stroomde en met een goede verbinding met het achterland, was dit een ideale handelshaven die dan ook regelmatig belaagd werd door piraten. Bovenop de bergen aan de Fjordmonding werden dan ook stevige fortificaties gebouwd. Hiermee werd dan ook het buskruit geïntroduceerd op Davaleda. Kreuzzig had nog niet het nut gezien om buskruit te gebruiken tegen de Milwr en hun legers.

In eerste instantie werd Puerto Felipe alleen gebruikt als pleisterplaats halverwege de route naar Amerika en als handelshaven met de lokale bevolking. Maar rond 1620 probeerde de Spanjaarden hun positie te verbeteren en trokken ze met hun troepen het binnenland in. De Milwr hadden geen schijn van kans tegen de Spanjaarden met hun buskruitwapens en al gauw hadden ze een groot gebied veroverd. Wederom redde de hoge bergketens de bevolking, want in die koude en vrijwel ontoegankelijke omgeving durfde de Spanjaarden niet te gaan. Deze patstelling werd al gauw geaccepteerd door zowel de Spanjaarden als door de Cydffederasiwn.

Op 5 juli 1628 werd de zojuist uitgevaren vloot van Puerto Felipe opgeschrikt door kanongebulder. Voordat ze goed en wel door hadden wat er aan de hand was werden ze overrompeld door de schepen van de WIC met daarop Piet Hein, Witte De With en Joost van Trappen Banckert. De forten aan de monding van het Fjord waren onderbemand door een wisseling van de wacht waardoor de schepen van de WIC zonder veel problemen konden doorvaren naar Puerto Felipe en het voor de WIC te veroveren. Puerto Felipe werd omgedoopt in Nassauhaven waarna het voor de WIC een uitvalsbasis werd om gebieden in Brazilië te veroveren voor de Zeven Provinciën.
Nassauhaven bleef Staats tot 1653 toen de Portugezen het veroverden om de WIC zijn uitvalsbasis te ontnemen en zo Nederlands-Brazilië te kunnen veroveren.

De Portugezen gingen hun nieuwste verovering Novo Porto noemen en ook hun gebruikte deze haven halverwege de Atlantische Oceaan als pleisterplaats om verse goederen in te slaan. De Nederlanders hadden al niet zo veel interesse in het achterland wat de Spanjaarden veroverd hadden, en dat gold ook voor de Portugezen.

De Portugezen sloten een handelsverdrag met het Cydffederasiwn waar allerlei goederen vanuit zowel Europa als vanuit Amerika naar Davaleda verhandeld werden voor ertsen en andere grondstoffen uit het Cydffederasiwn. Inmiddels leerde de schepenbouwers van het Cydffederasiwn om betere zeewaardige schepen te bouwen en werden de schepen van het Cydffederasiwn gevreesde piraten jagers om zo hun handels belangen te verdedigen.
De Portugezen hielden hun handelspost aan tot de onafhankelijkheid van Brazilië in 1822. Daarna zagen de Portugezen er niet langer het nut van in om Novo Porto aan te houden en kwam het terug bij het Cydffederasiwn na 233 jaar.
Kruijsend Koninkrijk
Spoiler: weergeven
In de laaglanden aan de kust in het noorden van het land ontstond rond het jaar 1100 een klein landje rondom een Christelijk klooster gesticht door de monnik Gremelbrard. Onderweg naar het Heilige Land met het schip van kruisvaarders vanuit Engeland toen ze afdwaalde door een storm voor de kust van het Iberische schiereiland, belandde ze na veel omzwervingen op Davaleda. In het vruchtbare laagland ontstond redelijk snel een welvarende gemeenschap. Het lukte een aantal van de Kruisvaarders om met het schip via de West-Afrikaanse kust richting het noorden en via het Koninkrijk Leon weer terug te komen in Engeland. Daar aangekomen verspreidde het nieuws van een mythisch land overzee.
Ook Paus Alexander III vernam dit nieuws en stuurde een missie met kruisvaarders en monniken op weg naar dit verre land. In eerste instantie werd de gemeenschap van monniken en kruisvaarders die Gremelbrard was gevolgd , met rust gelaten. En de bekeerlingen die in de buurt van het klooster gingen wonen werden ook voor lief genomen. Echter veranderde de zaken toen na de derde Kruistocht (1189-1192) de Duitse Orde rond 1200 zich het als doel had gesteld de Christelijke gemeenschap te beschermen die zich in noordelijk Davaleda had gevestigd. Deze waren een relatief makkelijke prooi voor de roofzucht van de stammen die in de buurt woonden.
Er werden boeren uit het Heilige Roomse Rijk aangetrokken om zich te vestigen in het Kreuzzig en het land te ontginnen. Het klooster werd omgevormd tot een Commanderij en het gebied rond het klooster van Kreuzzig omgevormd tot een Balije van de Duitse Orde. Deze Balije was de enigste Balije overzee. Vrijwel de gehele laaglanden in het noorden werden veroverd en zijn bewoners verdreven of bekeerd. Echter toen ze aan de voeten van de Hooglanden kwamen lukte het de Orde niet om meer gebied te veroveren. Na een aantal vruchteloze pogingen werd besloten om een grens te trekken en de grens te beveiligen met burchten op strategische plaatsen.
Toen de Duitse Orde in 1525 geseculariseerd werd, werd ook de Balije van Kreuzzig opgedeeld. De ridders van de Orde kregen verscheidene burchten en gebieden toegewezen, en de stad Kreuzzig werd een Vrije Rijksstad binnen het Heilige Roomse Rijk. De Grootmeester van de Orde op Davaleda kreeg een zetel in de Rijksdag en werd een Rijksvorst. Al gauw vielen door deze verandering een aantal gebieden, en kwamen terug in handen van de stammen.
Nadat Napoleon in 1804 het Heilige Roomse Rijk ontbond bleef Kreuzzig bestaan en riep de vorst zichzelf uit tot koning en vestigde het Koninkrijk Kreuzzig, ook wel het Kruijsende Koninkrijk genoemd. Echter was de druk vanuit de Hooglanden door de invallen steeds groter en werd uiteindelijk na een lange belegering Kreuzzig zelf veroverd en de laatste Kruijzende Koning doodgeslagen en geofferd aan Dagda op Beltyn 1849.
Moderne geschiedenis van Nefoedd Ar Y Ddaear
Spoiler: weergeven
Nadat Novo Porto in 1822 weer bij het Cydffederasiwn kwam, werd dit als een opleving gevoeld. Uiteraard plukte ze hier de vruchten van. Maar het streven naar zelfbeschikking over handelszaken werd groter, tegelijkertijd dat het nationale besef groeide binnen het Cydffederasiwn. In deze tijd viel dan ook voor het eerst de naam Nefoedd Ar Y Ddaear; tussen hemel en aarde, doelend op de grote verschillen van hoogte van het landschap. In het zoeken naar een nationale identiteit stapte de Derwydds handig in. Al milennia lang waren zij de geestelijk leiders van deze landen en reisde zij rond van heiligdom naar heiligdom. Zij vormde een verbinding tussen de goden en de mensen en hun woord was en is dan ook wet. Al heel lang hadden de Derwydd een adviserende rol bij de raden van de Bennaerther en van de Cydffederasiwn. Maar in de loop van de jaren beginnen de Derwydds steeds meer de raden te domineren en nemen ze stelliger positie in tegen of voor besluiten. Hier komt dan ook het huidige recht van veto uit voort in de Chylch.
Tot dan zetelden alleen de Uchelwr in de raden, maar ook de opkomende steden en de gemeenschappen van dorpen eisten meer inspraak. Dit werd lange tijd afgehouden, maar in 1839 ontstonden er in heel Nefoedd Ar Y Ddaear opstanden en rellen. Hier kwamen vele honderden mensen bij om en werden er een aantal Uchelwr vermoord die ongelukkig genoeg waren om niet een veilig heenkomen te zoeken.
Naar aanleiding van deze bloedige en woelige periode besloten de Derwyds op 1 september 1839 om ook de Drefi en de Gwledydd zitting te laten nemen in de Bennaerther raden en de Chylch. Veel van de Uchelwr protesteerde hier tegen door weg te blijven van de vergaderingen. Maar ze zagen al gauw in dat het niet meer zou gaan veranderen en namen alsnog zitting.

In 1804 ontbond Napoleon het Heilige Roomse Rijk en werd Kreuzzig een onafhankelijk koninkrijk. Tot dan was er een status-quo tussen Kreuzzig en Nefoedd Ar Y Ddaear, maar de drang van het nieuwe onafhankelijke Kreuzzig om zich te doen gelden was groot. De koningen van Kreuzzig verklaarde de oorlog aan Nefoedd Ar Y Ddaear en deed een inval op 18 maart 1805. Dit kwam redelijk onverwacht en er werd dan ook redelijk wat terreinwinst geboekt door Kreuzzig. Maar al gauw konden de legers van Kreuzzig terug gedrongen worden. Nefoedd Ar Y Ddaear dwong Kreuzzig tot het tekenen van een vredesverdrag op 23 oktober 1805 en de status-quo werd hersteld.
Maar de spanningen bleven en dat leidde regelmatig tot schermutselingen aan de grens. Regelmatig werd er krachtige taal gesproken en werd er opgeroepen tot kruistochten tegen Nefoedd Ar Y Ddaear door Kreuzzig en uiteindelijk barste de bom op 17 januari 1841 en stelt de Chylch een ultimatum van 24 uur. Nefoedd Ar Y Ddaear eist dat Kreuzzig ophoudt met de beledigingen, krachtige taal en excuses maakt of ze vallen Kreuzzig binnen. Kreuzzig weigert echter excuses te maken waarom het ultimatum afloopt en Nefoedd Ar Y Ddaear Kreuzzig binnenvalt.
Een slepend conflict volgt dat ruim 8 jaar duurt en er maar weinig vooruitgang wordt geboekt. Maar na de veldslag bij het Thuergerwald op 15 maart 1849 die wordt beslist in het voordeel van Nefoedd Ar Y Ddaear gaat het ineens snel en ligt de weg naar Kreuzzig open. Kreuzzig wordt ingenomen op de dag voor Beltain en op Beltain zelf wordt de koning van Kreuzzig geofferd aan Dagda.
Met dit wapenfeit komt er een einde aan het Koninkrijk Kreuzzig en wordt het aan Nefoedd Ar Y Ddaear toegevoegd als het Bennaether Croesi’r.
Gwmni o Gytrefi en het Gwlad Ddwyrain
Spoiler: weergeven
Nefoedd Ar Y Ddaear is zelf alleen door de Spanjaarden gekoloniseerd geweest, en dan alleen in de Benaerther Yweaert en Caerwyner. Maar nu het onafhankelijk en vrij van buitenlandse invloeden was, werd het tijd dat Nefoedd Ar Y Ddaear zelf zijn plek onder de zon ging opeisen. Er werden fondsen opgericht en bij veel rijke Milwr families werden er investeerders gevonden. Met dit geld werd de Gwmni o Gytrefi (Compagnie der koloniën) opgericht. Met hulp van Portugal werd er ten zuiden van Portugees Zuid-Afrika, of Angola, op 28 augustus 1854 de basis gelegd voor een kolonie van Nefoedd Ar Y Ddaear.
Aan de monding van de rivier Tsoakhaub werd de handelspost Swakopgeg gesticht en werd hier mee een concurrent voor het zuidelijker gelegen Nederlandse Walvisbaai. In eerste instantie werden er vooral in slaven gehandeld met de lokale stammen. Maar al gauw werden er ook plantages opgezet en mijnen aangelegd in het omliggende gebied rond Swakopgeg. Er werden na een paar jaar ook expedities opgezet om de rivier af te varen en het aanliggende land te verkennen. Veel van de stammen die ze tegen kwamen waren de verkenners goed gezind, maar ze kwamen ook minder vreedzame stammen tegen die de expedities aanvielen. Van een enkele expeditie werd zelfs niets meer vernomen. Toen de kolonie meer vorm kreeg werd deze Gwlad Ddwyrain genoemd, oftewel het Oostland.
Portugal schaftte in 1869 de slavernij af in onder andere zijn kolonie ten noorden van de kolonie van Nefoedd Ar Y Ddaear. In Gwlad Ddwyrain zelf werden nog 10 jaar daarna slaven gehouden, en slechts onder grote internationale druk werd de slavernij zowel in het vaderland als in de kolonie zelf afgeschaft. Al waren ze vermoedelijk beter af in slavernij, aangezien ze vanaf 1880 voor zichzelf moesten zorgen en hun werk slechts voor hongerloontjes konden blijven doen.
Hier kwam verbetering in na een aantal bloederige opstanden, waar vooral plantagehouders en herenboeren het moesten ontzien. De rust keerde dan ook pas terug nadat er daadwerkelijke concrete verbeteringen intraden, zoals loonsverhogingen.
Industralisatie en modernisering van Nefoedd Ar Y Ddaear
Spoiler: weergeven
Vanaf de eenwording van Nefoedd Ar Y Ddaer in 1849 krijgt de industrie een impuls. IJzer, kolen en koper worden op veel grotere schaal gewonnen en de productie van gietijzer en staal gaat eveneens naar een hoger niveau. Ertsen en kolen werden met boten over de rivieren vervoerd.
Veel van de rivieren waren hoger in de bergen moeilijk of niet bevaarbaar. Daar werd in eerste instantie de winningen over land vervoerd, en dit werd snel onrendabel waardoor die mijnen de concurentie met lager gelegen mijnen niet aan kon.
Een stelsel van kanalen en sluizen werd aangelegd langs rivieren of rivieren werden zelf gekanaliseerd waardoor hoger gelegen mijnen konden worden bereikt en ook deze rendabel bleven. Rond 1860 komt vanuit Groot-Brittannië de stoomtrein overgewaaid.
Vanuit de havens met hoogovens worden spoorwegen aangelegd richting de mijnen en kan de winning in veel mijnen omhoog geschroefd worden, en zijn ook hooggelegen mijnen rendabeler. Al kost het veel moeite, tijd, geld en levens om deze spoorwegen aan te leggen, zeker in de onherbergzame hooggebergtes van Nefoedd Ar Y Ddaear.
Op de spoorwegen die langs dorpen en steden komen wordt ook al spoedig personenvervoer geëxploiteerd. Sommige dorpen en steden kregen door deze aansluiting op de buitenwereld ineens een sterke groei impuls en werden zij en de vaak afgelegen dalen uit een isolement gehaald.
Fonologie van het Nefoellaidd
Spoiler: weergeven
                
 Klinker   Lang  Kort 
 a  aː  a 
 e  ɛ  ɛ 
 i  ɪ  ɪ 
 o  oʊ  ɔ 
 u  ʌ  ə 
 w  u  ʊ 
 y  i  ə 
                
 Tweeklanken  Uitspraak 
 ae  eɪ 
 ai  aɪ 
 au  a 
 eo  ɛo 
 ew  ɛu 
 ie  ɪə 
 ui  ʊɨ 
Medeklinkers
c altijd als k, nooit als s
g altijd als g, nooit als dʒ
dd is één letter en vertegenwoordigt ð
θ wordt altijd geschreven als th
r is een harde r, in plaats van een ɹ
rh is een r̥
w is de medeklinker w als het volgt op d, g of t
Dubbele medeklinkers worden beide uitgesproken als een langere klank. De nadruk ligt dan op de voorlaatste lettergreep:
Derwydd
Religie en spiritualiteit
Spoiler: weergeven
In Nefoedd Ar Y Ddaear kent men officieel maar één religie, die van het Derwyddiaeth. Het is een polytheïstisch religie met als oppergod Dagda, de zonnegod.
Naast de goden gelooft men ook in de Tylwyth Teg. Deze zouden nog het best gedefinieerd kunnen worden als natuurgeesten. Ze zijn er in vele verschillende vormen en soorten. Vaak zijn ze gebonden aan een bepaalde plek zoals een waterval, een meer of een rotsformatie. Er wordt ook gelooft dat voorwerpen en gebouwen van 100 jaar en ouder bezield raken door deze Tylwyth Teg of zelfs hun vroegere eigenaren. Deze voorwerpen en gebouwen brengen geluk en hebben dan ook een grote waarde. Als men een 100 jarig voorwerp onrechtmatig in bezit krijgt, of een 100 jaar oud gebouw onrechtmatig binnentreed, wordt veelal geloofd dat dit ongeluk brengt.
Politiek
Spoiler: weergeven
Nefoedd Ar Y Ddaear is een land waar het dagelijks leven nauw verweven is met de religie van het land. Nefoedd Ar Y Ddaear wordt geregeerd door de Chylch. Aan het hoofd van de Chylch staat de Arch-Derwydd en het Y Cyngor (raad) van Derwydd. In de Chylch zetelen ook de Uchelwr (edelen), de vertegenwoordigers van de Gwledydd (landen) en de vertegenwoordigers van de Drefi (steden). Waar de Derwydd en de Arch-Derwydd vooral over de geestelijke aspecten gaan, gaat de rest van de Chylch vooral over de wereldse aspecten van het bestuur. Belangrijk is echter wel dat de Derwydd en de Arch-Derwydd ten alle tijden een veto hebben in beslissingen door de Chylch.
De Gwledydd (landen) zijn de gebieden buiten de Drefi (steden) en welke buiten de gebieden van de Uchelwr (edelen) vallen. In deze gebieden zijn alle dorpen en nederzettingen vertegenwoordigd door één persoon en die hebben ook gezamenlijk maar één stem. In bepaalde gevallen heeft een Uchelwr (edelman) of Dref (stad) het bestuur van een Gwledydd (land) ook in handen en mag het dan ook voor dat Gwledydd (land) een stem uitbrengen.
Onder de Drefi (steden) vallen de Dref (stad) en een bepaald gebied direct om de Dref (stad) heen met al zijn bewoners. Elke stad wordt vertegenwoordigd door één persoon en heeft in de Chylch maar één stem. Een Dref (stad) mag een vertegenwoordiger sturen als het stadrechten heeft, of in enkele gevallen als een dorp een Dref wordt.
Elke Uchelwr (edelman) heeft zijn eigen land met dorpen en nederzettingen er in. Hij of zij regeert over dit gebied en vertegenwoordigd deze in de Chylch. Elke Uchelwr heeft één stem.
De Uchelwr krijgen hun titel vanuit vererving of in enkele gevallen vanuit benoeming.

Binnen de Chylch is er niet echt sprake van partijen zoals dit bij democratieën doorgaans gebruikelijk is, maar zijn er wel Llinell (richtingen) van Seddau (gezetelden). Deze zijn te onderscheiden in hun politieke voorkeur en werken veelal ook samen. Zo zijn er de Ceidwadwyr (conservatieven), de Crefyddol (religieuzen), de Blaengarwyr (progressieven) en de Masnachwyr (handelaren). Het komt met regelmaat voor dat Seddau van Llinell (richting) veranderen, naar wat hun op dat moment het beste uitkomt.

Alle Derwydd van de Y Cyngor krijgen bij hun benoeming een gebied toegewezen van Nefoedd Ar Y Ddaear waar ze geestelijk over regeren. Dit zijn de zogenaamde Silffoedd Derwydd.
Laatst gewijzigd door Menno op vr 05 feb 2016, 00:33, 54 keer totaal gewijzigd.

Gebruikersavatar
SjorsB
Geoficticus
Berichten: 2440
Lid geworden op: za 11 aug 2012, 14:05
Locatie: Arnhem [NL] / Cadhemis [UN] / Miletta [IC] / Kongə [PI]
Landen: UNE, IRC
Contacteer:

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door SjorsB » zo 21 dec 2014, 22:06

Heel goed begin, je lijkt me een leuke buur, benvondo nud Davaledas :D
Heel veel succes, ik kijk al uit naar de verdere uitwerking van het land :d

Gebruikersavatar
TBR
Geoficticus
Berichten: 2563
Lid geworden op: wo 02 nov 2011, 22:14
Locatie: Bélzsium

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door TBR » zo 21 dec 2014, 22:11

Welkom op Atlantis! :P Mooi begin,heb je al een idee hoe groot het land ongeveer zou worden?
Ik neem ook aan dat Nefoedd Ar Y Ddaer in het Nederlands en Engels een andere naam heeft...?
Hlalóntáź ezlôr sza órav́úgíz udiár e zlôńár udiósz e gzaǵusz zôlińok hleś. - Gzaǵusz Tanag e Lód
Ardeim, Rodova, Solwezië en Viguros

Gebruikersavatar
Dulminis
Moderator
Berichten: 1148
Lid geworden op: ma 23 sep 2013, 17:29
Locatie: Lëtzebuerg / Luxemb(o)urg (L)
Contacteer:

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Dulminis » zo 21 dec 2014, 22:19

Meer Keltisch! Heel goed. Is dit (een variant van het) Welsh?
Onex́o uǵȯnan ėbȯ xėzėk ocilhenśek v́egėnśeǵon
Woja̰ plodjṵ bḭ cjuwir ḭ wikoles u irkes pur
Mae'r afon orau yn y llygaid y geifr bach


(Le meilleur fleuve se trouve dans les yeux des petites chèvres)

Gebruikersavatar
TzM23
Geoficticus
Berichten: 1489
Lid geworden op: vr 30 dec 2011, 15:26
Locatie: [NLD] Nijmegen, [RTH] Nao Amerforti, [FOR] Bahalar Davaledeđ, [VTM] Gårshavn

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door TzM23 » zo 21 dec 2014, 22:45

Ziet er leuk uit, ben benieuwd naar de relaties tussen onze landen. :)
[RTH] Ta Rê Pûblica Tholenia: viewforum.php?f=39
[FOR] Śadar Forźeđ: viewtopic.php?f=8&t=380
[VTM] Republiken Vestmark: viewtopic.php?f=8&t=508

Gebruikersavatar
Menno
Berichten: 89
Lid geworden op: za 20 dec 2014, 16:46
Locatie: Amersfoort

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Menno » zo 21 dec 2014, 23:01

TBR schreef:Welkom op Atlantis! :P Mooi begin,heb je al een idee hoe groot het land ongeveer zou worden?
Ik neem ook aan dat Nefoedd Ar Y Ddaer in het Nederlands en Engels een andere naam heeft...?
Dank jullie wel voor het welkom. Ik heb die er net aan toegevoegd :) Zie mijn eerste post.
Dulminis schreef:Meer Keltisch! Heel goed. Is dit (een variant van het) Welsh?
Het is inderdaad Welsh, maar wel zoals Google translate mij dat verteld. Ik wil uiteindelijk zelf een op het Welsh geënte taal bedenken, maar tot dan is er voor het sfeertje Google. :)

Gebruikersavatar
Menno
Berichten: 89
Lid geworden op: za 20 dec 2014, 16:46
Locatie: Amersfoort

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Menno » di 23 dec 2014, 16:12

Update: Stukje geschiedenis toegevoegd!

Geschiedenis

De eerste noties van Nefoedd Ar Y Ddaear worden rond 70 v.C. gemaakt door de Rhufein Heratus over de Nefolaidd, een stam afkomstig uit de hoge heuvels en bergen in het midden en zuidoosten van wat nu Nefoedd Ar Y Ddaear is. Zij worden als volgt beschreven door Heratus;
“Na bijna twee weken reizen van het fort aan de grens, bereikten wij een kleine nederzetting in een smal dal waar hoge bergen bovenuit rezen, en ijskoude beken doorheen snelde. De nederzetting was omgeven door een aarde wal met een palissade en in het midden was een chaotische en drukke markt vergeven van alle levende wezens. Vee en kinderen woelde als elkaars gelijken door de modder. Tegen het vallen van de avondschemer kwamen vanuit de bergen een lange stoet mensen die hun vee voor zich uitdreven naar een omheining buiten het stadje. Ze kondigde zich aan door te blazen op grote horens, waarschijnlijk van berggeiten waarvan de uiteinden versierd waren met bronzen beeltenissen van draken en allerlei andere verschrikkelijke beesten. Zowel de mannen en vrouwen waren gekleed in lederen rokken, die van de mannen korter dan die van de vrouwen. De rok wordt bijeengehouden met een brede riem versierd met bronzen knoppen en onderaan met een bronzen speld. Over de schouders hebben ze een wollen kleed in vele kleuren geslagen, welke bijna allemaal hetzelfde patroon hebben. Bij nader weten geven deze kleden de clankleuren aan. De mannen hebben hun haar opgeschoren tot de bovenkant van het hoofd. Daar is het lang gelaten en wordt het met dierenvet naar achter gehouden. Hun baarden zijn lang en doorgeven met bronzen sieraden met de gezichten van hun voorouders. De vrouwen hebben hun haar in drie vlechten naar achter gebonden met kleurige stukken stof. Allen dragen bronzen armbanden om de bovenarmen die niet geheel gesloten zijn en aan de uiteinden worden getooid met koppen van mensen, beesten of draken. Ze zijn lang, met blond, bruin of rood haar en op hun onderarmen dragen ze tatoeages uiteenlopend tussen ingewikkelde lijnpatronen tot afbeeldingen van draken en beesten.”
Laatst gewijzigd door Menno op zo 28 dec 2014, 20:22, 1 keer totaal gewijzigd.

Gebruikersavatar
Matt
Beheerder
Berichten: 1485
Lid geworden op: ma 13 jun 2011, 15:55

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Matt » wo 24 dec 2014, 10:30

Leuk beschreven, Menno!
"Maar daarna kwamen er desastreuze aardbevingen en vloeden; en in één dag en nacht [...] verdween het eiland Atlantis in de dieptes van de zee."
- P
LATO (TIMAEUS/CRITICAS)

Gebruikersavatar
Menno
Berichten: 89
Lid geworden op: za 20 dec 2014, 16:46
Locatie: Amersfoort

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Menno » za 27 dec 2014, 23:08

Update:

Eerste kaart toegevoegd.

Kaart
Laatst gewijzigd door Menno op zo 28 dec 2014, 20:21, 1 keer totaal gewijzigd.

Gebruikersavatar
TBR
Geoficticus
Berichten: 2563
Lid geworden op: wo 02 nov 2011, 22:14
Locatie: Bélzsium

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door TBR » za 27 dec 2014, 23:18

Mooie kaart, ik zie al dat Davaleda uiteindelijk erg groot zal worden...
Hlalóntáź ezlôr sza órav́úgíz udiár e zlôńár udiósz e gzaǵusz zôlińok hleś. - Gzaǵusz Tanag e Lód
Ardeim, Rodova, Solwezië en Viguros

Gebruikersavatar
Menno
Berichten: 89
Lid geworden op: za 20 dec 2014, 16:46
Locatie: Amersfoort

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Menno » zo 28 dec 2014, 17:10

Update!

Vlag is toegevoegd!

Afbeelding

Gebruikersavatar
Menno
Berichten: 89
Lid geworden op: za 20 dec 2014, 16:46
Locatie: Amersfoort

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Menno » zo 28 dec 2014, 20:28

Degbêl

Degbêl is de nationale sport van Nefoedd Ar Y Ddaear. Het wordt in ieder geval al sinds de 16e eeuw gespeeld omdat er toen al verordeningen over werden gemaakt en door barden werd bezongen. Het is een vrij massale sport welke wordt gespeeld met 100 man. Deze zijn verdeeld over vier teams van 25 man per wedstrijd. De naam Degbêl of Tienbal komt van de hoeveelheid ballen die in het spel zijn, namelijk tien. Het veld ziet er uit als volgt: Een vierkant veld met aan elke zijde een doel dat 12 meter breed is, en 3 meter hoog. Het veld is 100 meter bij 100 meter en wordt afgebakend met een witte lijn. Van hoek naar hoek lopen twee witte lijnen die elkaar op het midden kruizen. Dit zijn de startgebieden van de teams.
Er zijn geen keepers zoals bij voetbal. Alle teamleden mogen het doel verdedigen en mogen proberen in een van de doelen een bal te krijgen. Het maakt niet uit in welk doel dit gebeurd, zolang het maar niet in eigen doel is, anders gaat er een punt naar de tegenoverliggende partij.
De bal mag met alle lichaamsdelen gespeeld worden. Het afhandig maken van de bal is op veel manieren toegestaan en omdat dit nogal ruw kan gaan dragen de spelers leren helmen die vooral de oren beschermen nadat deze te vaak afscheurde. Het is niet toegestaan de bal afhandig te maken in het doelgebied. Dit is een gebied in een straal van 15 meter om het doel, welke is aangegeven met een witte lijn. Het team dat na een uur de meeste doelpunten heeft behaald wint. Op Davaleda is dit een internationale sport waar teams uit meerder landen tegen elkaar spelen.

Gebruikersavatar
BlaZ
Moderator
Berichten: 1269
Lid geworden op: di 26 nov 2013, 13:00

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door BlaZ » di 30 dec 2014, 13:31

Hoe wordt een bal na het scoren terug in het spel gebracht?
Hoe lang duurt een wedstrijd?

Gebruikersavatar
Menno
Berichten: 89
Lid geworden op: za 20 dec 2014, 16:46
Locatie: Amersfoort

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Menno » di 30 dec 2014, 13:46

Het team dat na een uur de meeste doelpunten heeft behaald wint.
Een wedstrijdag duurt dus een uur. Over hoe de bal het spel weer ingebracht wordt had ik nog niet nagedacht. Suggesties? Ik dacht zelf aan dat degene die een van de ballen heeft gescoord de bal weer vanaf de doellijn naar het midden moet schoppen of gooien.

Gebruikersavatar
Menno
Berichten: 89
Lid geworden op: za 20 dec 2014, 16:46
Locatie: Amersfoort

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Menno » di 30 dec 2014, 23:57

Update!

De laatste paar dagen is er veel aan het reliëf gewerkt.

Afbeelding

Gebruikersavatar
Dulminis
Moderator
Berichten: 1148
Lid geworden op: ma 23 sep 2013, 17:29
Locatie: Lëtzebuerg / Luxemb(o)urg (L)
Contacteer:

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Dulminis » wo 31 dec 2014, 12:44

Mooi! Dat lijkt een groot land te worden; met welk echt land kun je het vergelijken?
Onex́o uǵȯnan ėbȯ xėzėk ocilhenśek v́egėnśeǵon
Woja̰ plodjṵ bḭ cjuwir ḭ wikoles u irkes pur
Mae'r afon orau yn y llygaid y geifr bach


(Le meilleur fleuve se trouve dans les yeux des petites chèvres)

Gebruikersavatar
TBR
Geoficticus
Berichten: 2563
Lid geworden op: wo 02 nov 2011, 22:14
Locatie: Bélzsium

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door TBR » wo 31 dec 2014, 12:52

De kaart ziet er al erg goed uit! :d
Hlalóntáź ezlôr sza órav́úgíz udiár e zlôńár udiósz e gzaǵusz zôlińok hleś. - Gzaǵusz Tanag e Lód
Ardeim, Rodova, Solwezië en Viguros

Gebruikersavatar
SjorsB
Geoficticus
Berichten: 2440
Lid geworden op: za 11 aug 2012, 14:05
Locatie: Arnhem [NL] / Cadhemis [UN] / Miletta [IC] / Kongə [PI]
Landen: UNE, IRC
Contacteer:

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door SjorsB » wo 31 dec 2014, 13:35

Prachtig :D

Gebruikersavatar
Menno
Berichten: 89
Lid geworden op: za 20 dec 2014, 16:46
Locatie: Amersfoort

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Menno » wo 31 dec 2014, 13:40

Dulminis schreef:Mooi! Dat lijkt een groot land te worden; met welk echt land kun je het vergelijken?
Het is op z'n breedst ongeveer 800 kilometer en van noord naar zuid ongeveer 600 kilometer. Dus ik denk dat het aardig in de richting van Duitsland of zelfs Frankrijk.

Dank voor de complimenten! Ik ben er zelf ook al tevreden mee hoe de kaart uit de was komt! :D

Gebruikersavatar
Menno
Berichten: 89
Lid geworden op: za 20 dec 2014, 16:46
Locatie: Amersfoort

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Menno » ma 05 jan 2015, 13:29

Update! Stuk toegevoegd over het Kruijsende Koninkrijk wat voorkomt in het inleidende stukje over Nefoedd Ar Y Ddaear.

Kruijsend Koninkrijk

In de laaglanden aan de kust in het noorden van wat nu Neffoedd Ar Y Ddaear ontstond rond het jaar 800 een klein landje rondom een Christelijk klooster gesticht door een van de missionarissen die zich in kleine bootjes lieten afdrijven vanaf het Europese vasteland. In eerste instantie werd de gemeenschap van monniken met rust gelaten. En de bekeerlingen die in de buurt van het klooster gingen wonen werden ook voor lief genomen. Echter veranderde de zaken toen na de derde Kruistocht (1189-1192) de Duitse Orde rond 1200 zich het als doel had gesteld de Christelijke gemeenschap te beschermen die zich in noordelijk Davaleda had gevestigd. Deze waren een relatief makkelijke prooi voor de roofzucht van de stammen die in de buurt woonden. Er werden boeren uit het Heilige Roomse Rijk aangetrokken om zich te vestigen in het Kreuzzig en het land te ontginnen. Het klooster werd omgevormd tot een Commanderij en het gebied rond het klooster van Kreuzzig omgevormd tot een Balije van de Duitse Orde. Deze Balije was de enigste Balije overzee. Vrijwel de gehele laaglanden in het noorden werden veroverd en zijn bewoners verdreven of bekeerd. Echter toen ze aan de voeten van de Hooglanden kwamen lukte het de Orde niet om meer gebied te veroveren. Na een aantal vruchteloze pogingen werd besloten om een grens te trekken en de grens te beveiligen met burchten op strategische plaatsen. Toen de Duitse Orde in 1525 geseculariseerd werd, werd ook de Balije van Kreuzzig opgedeeld. De ridders van de Orde kregen verscheidene burchten en gebieden toegewezen, en de stad Kreuzzig werd een Vrije Rijksstad binnen het Heilige Roomse Rijk. De Grootmeester van de Orde op Davaleda kreeg een zetel in de Rijksdag en werd een Rijksvorst. Al gauw vielen door deze verandering een aantal gebieden, en kwamen terug in handen van de stammen. Nadat Napoleon in 1804 het Heilige Roomse Rijk ontbond bleef Kreuzzig bestaan en riep de vorst zichzelf uit tot koning en vestigde het Koninkrijk Kreuzzig, ook wel het Kruijsende Koninkrijk genoemd. Echter was de druk vanuit de Hooglanden door de invallen steeds groter en werd uiteindelijk na een lange belegering Kreuzzig zelf veroverd en de laatste Kruijzende Koning doodgeslagen en geofferd aan Dagda op Beltyn 1849.

Gebruikersavatar
Menno
Berichten: 89
Lid geworden op: za 20 dec 2014, 16:46
Locatie: Amersfoort

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Menno » do 08 jan 2015, 17:15

Update! Stuk geschiedenis over Nefoedd Ar Y Ddaear zelf!

Nefoedd Ar Y Ddaear tijdens en na de Rhuffeinse Republiek

In het gebied wat nu Nefoedd Ar Y Ddaear is woonden talloze stammen met allemaal hun eigen gebied. De meeste hadden niet meer dan een paar dorpen in hun gebied. Maar de grootste besloegen gebieden zo groot als half Forezen. Anders dan de Nefolaidd met hun naam doen suggereren zijn zij niet de naamgever van het huidige land, maar juist andersom. Het kerngebied van deze stam lag tussen de hoogste bergen van Davaleda en ze werden daarom ook wel de ‘Hemelsen’ genoemd.
De Thunnii in het noordwesten van wat nu Nefoedd Ar Y Ddaear hadden ook relatief een groot gebied liggende om de Gwaed. Zij leefde in vruchtbaar gebied en deden veel aan akkerbouw. Doordat ze in gebied leefde dat, vergeleken met de rest van het land redelijk vlak was konden de Rhuffeinen makkelijk doorstoten. Echter kwam de geest van de fles nadat de Thunnii vluchtte voor de Rhuffeinen en terecht kwamen in gebied van hun naburige stammen, de Seonii en de Oppetii. Nauw verwant met de Thunnii, hadden zij beide een verbond en konden met verenigde krachten de Rhuffeinen terugdrijven achter de Gwaed in de slag bij het Heutentotenwoud in 28 n.C.
Na de val van de Rhuffeinse Republiek werd het vacuüm ingevuld door een stam verwant aan de Thunnii, de Helonnii. Een deel van het gebied, aan de overzijde van de Gwaed kwam weer terug naar de Thunnii. Niet alle stammen leefde vreedzaam naast elkaar, en overvallen van de ene stam door de andere was een veel voorkomende praktijk. Dit was een manier om te laten zien dat een stam sterk was, doordat het krijgers op rooftocht kon sturen en nog genoeg krijgers achter kon houden om het stamgebied te verdedigen. Om dit te voorkomen sloten kleinere stammen zich vaak aan en gingen zij een vazalschap aan met een grotere stam. Zij mochten doorgaans hun koning behouden, maar werd dan een vazal van de andere koning en was verplicht om gehoor te geven aan de oproep van de hogere koning om ten strijde te trekken met een percentage van zijn krijgers. Vazallen van vazallen kwam in dit systeem ook voor.
De stammen hadden over het algemeen een eigenzinnige cultuur, maar waren niet onontvankelijk voor invloeden van buitenaf. De Rhuffeinen waren dan wel een vijand die uit was om gebied in te nemen, maar ze waren in veel dingen verder ontwikkeld. In de laatste honderd jaar van de Rhuffeinse Republiek ontstond er ook een lichte verstedelijking in de stamgebieden. Vooral de steden die dichter in de buurt van de Republiek lagen, of in lagere dalen. De dorpen in hoger gelegen dalen bleven vanzelfsprekend meer buiten deze ontwikkeling.
Na de val van de Republiek en de opkomst van de Graafschappen in het westen ontstonden vanuit de koningen van de grootste stammen kleine koninkrijkjes. Deze koninkrijkjes onderscheidde zich van de stamgebieden en hun koningen als stamleiders, in een meer gecentraliseerde manier van regeren en onderdanen die zich begonnen te specialiseren in de steden. Negentig procent van de bevolking was nog steeds boer, en voornamelijk zelfvoorzienend, maar kon overschotten verkopen op markten. Dit was nadat zij een deel als belasting hadden afgedragen aan hun koning. De overige 10 procent waren krijgers in vaste dienst van hun koning, ambachtslieden die zich hadden gespecialiseerd in hun ambacht en de kleine geestelijke elite van Derwydds die bij de tempels woonden. Er was tussen deze koninkrijkjes een terdege concurrentie die vaak tot uiting kwam in grensconflicten en strijd om de schaarse vruchtbare gebieden hoger in de bergen.

Het Gwellyenistische Koninkrijk en navolgers

Het Koninkrijk van de Beladii kreeg rond 670 onder koning Gwellyen de Grote de overhand en kon een groot deel van de andere koninkrijken veroveren of tot vazalschap dwingen. Met opstanden hier en daar daargelaten, was er een relatieve rust onder zijn heerschappij. De kracht van zijn heerschappij lag vooral in het feit dat hij een relatief lage belasting eiste in goederen. Verder boog hij de macht van zijn vazallen door de krijgers die in zijn dienst kwamen land aan te bieden in veroverde gebieden. Dit systeem ging ongeveer 250 jaar lang goed, maar er kwam een kantelpunt op het moment dat er te weinig gebied werd veroverd ten opzichtte van de hoeveelheid krijgers. Dit leidde tot opstanden in de legers van Gwellyen de Laatste waarbij de legers hun leiders als koningen naar voren schoven. Hierdoor viel het Gwellyenistische Koninkrijk rond 920 uit elkaar in kleine koninkrijken die elkaar vel bevochten. De soldaten in het Gwellyenistische Koninkrijk die gebied hadden gekregen, groeide in veel van de koninkrijken die het Gwellyenistische Koninkrijk opvolgde, uit tot een soort adel. Zij waren grondbezitters met meerdere boerderijen en zij hadden hun stamgenoten aangetrokken om in hun gebieden te gaan wonen.

Gebruikersavatar
Menno
Berichten: 89
Lid geworden op: za 20 dec 2014, 16:46
Locatie: Amersfoort

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Menno » do 15 jan 2015, 00:50

Wederom een update!

Deze grondbezitters vanuit het Gwellyenistische leger werden later Milwr genoemd. Door huwelijken, veroveringen en verervingen vergroeide gebieden maar veel bleven klein. Door dit proces veranderde de stammensamenleving meer in een gelaagde samenleving met een aristocratie van de Milwr.
Aan de andere kant waren er de koningen van de stammen, de zogenaamde Bennaeth. Zij heerste over de stammen en de stamgebieden, en de Milwr werden na de val van het Gwellyenistische Koningkrijk schatplichtig aan de Bennaeth van de stam waar zij toe behoorden. In het Gwellyenistische Koninkrijk was het de plicht van de Milwr om hun gebieden te beschermen en te onderhouden namens hun koning en een jaarlijkse belasting af te dragen in goud of goederen. Deze belasting was een twaalfde deel van hun totale inkomsten over het jaar. Verder hadden zij in tijde van oorlog de plicht om zelf, en met een twaalfde van hun strijders voor de koningen van de Gwellyenistische dynastie op te komen dagen. Door al deze verplichtingen kwamen de Milwr met enige regelmaat in opstand, wat een ondermijning van het gezag van de Koning tot gevolg had. Sommige Koningen konden de verschillende Milwr dan tegen elkaar op te zetten, door de een te begunstigen ten nadelen van de ander en zijn eigen macht hiermee vergroten. Deze gang van zaken duurde voort ook na het Gewellyenistische Koninkrijk, maar dan op kleinere schaal. De Milwr konden op hun beurt in deze gewijzigde vorm van staatsbestel de Bennaeth onder druk zetten door te dreigen met te wisselen van Bennaeth. Nu was dit wel een vrij drastisch pressiemiddel aangezien de Bennaeth, mits machtig genoeg de Milwr kon bestrijden met de hulp van andere Milwr die dan aasden op de bezittingen. Vaak werden ook alleen maar tot dit soort opstanden overgegaan als genoeg Milwr er samen achter stonden.

Gebruikersavatar
Menno
Berichten: 89
Lid geworden op: za 20 dec 2014, 16:46
Locatie: Amersfoort

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Menno » wo 08 apr 2015, 23:51

Update en het Kruijsende Koninkrijk aangepast!

Terwijl in het noordoosten het Kruijsend Koninkrijk opkwam ontstonden in van wat nu Nefoedd Ar Y Ddaear is, zeven gebieden binnen een tijdspan van 200 jaar. Al langer hadden maar bepaalde stammen de overhand en schaarde steeds meer kleinere stammen zich onder de banier van grotere stammen. Dit bevestigde ze vaak door een huwelijk tussen de directe familie van de Bennaeth te sluiten. Deze zeven gebieden leven in het huidige Nefoedd Ar Y Ddaear voort als 7 van de 8 huidige deelstaten en grijpen terug naar deze periode. Het veroveren van het Kruijsende Koninkrijk was op dat moment nog een brug te ver voor elk van deze zeven gebieden. Juist door de opkomst van een Christelijk koninkrijk in het noordoosten werd het belangrijk voor de Bennaeth om hun eigen religieuze identiteit te verstevigen en te bevestigen. In deze tijd werden de eerste stappen gezet voor de huidige geestelijke elite van Derwydds en hun machtsbasis.
Het zwaartepunt in deze tijd lag in het Bennaether Fignluaer in het zuiden aan de Baai van Gwyllyr. Gwyllyr beleefde in de 13e eeuw zijn hoogtepunt als belangrijkste haven. Liggend aan een Fjord waar een redelijk rustig klimaat heerst en met een goede toegangsweg vanuit het achterland en naar de Fignluaer’s hoofdstad Bythas was dit een goede voedingsbodem voor een haven waar schepen kwamen vanuit de andere Bennaether en de landen die in het westen en oosten van Davaleda. Vanuit het achterland kwamen wol, linnen, vlees, hout en graan. En werden diversen ertsen, zoals ijzer en koper, ingevoerd. Zwarte wolken van de smeltovens was dan ook een bekend baken voor de aankomende schepen.
Ten noordenwesten van Fignluaer lag het Bennaether Bhuylgaer. Dit gebied besloeg vrijwel het gehele oostelijk gedeelte van de Rhuffeinse Republiek en veel van de steden en dorpen zijn gebouwd op de ruïnes van Ruffeinse steden.

Kruijsend Koninkrijk

In de laaglanden aan de kust in het noorden van het land ontstond rond het jaar 1100 een klein landje rondom een Christelijk klooster gesticht door de monnik Gremelbrard. Onderweg naar het Heilige Land met het schip van kruisvaarders vanuit Engeland toen ze afdwaalde door een storm voor de kust van het Iberische schiereiland, belandde ze op Davaleda. In het vruchtbare laagland ontstond redelijk snel een welvarende gemeenschap. Het lukte een aantal van de Kruisvaarders om met het schip via het Koninkrijk Leon weer terug te komen in Engeland. Daar aangekomen verspreidde het nieuws van een mythisch land overzee. Ook Paus Alexander III vernam dit nieuws en stuurde een missie met kruisvaarders en monniken op weg naar dit verre land. In eerste instantie werd de gemeenschap van monniken en kruisvaarders die Gremelbrard was gevolgd , met rust gelaten. En de bekeerlingen die in de buurt van het klooster gingen wonen werden ook voor lief genomen. Echter veranderde de zaken toen na de derde Kruistocht (1189-1192) de Duitse Orde rond 1200 zich het als doel had gesteld de Christelijke gemeenschap te beschermen die zich in noordelijk Davaleda had gevestigd. Deze waren een relatief makkelijke prooi voor de roofzucht van de stammen die in de buurt woonden. Er werden boeren uit het Heilige Roomse Rijk aangetrokken om zich te vestigen in het Kreuzzig en het land te ontginnen. Het klooster werd omgevormd tot een Commanderij en het gebied rond het klooster van Kreuzzig omgevormd tot een Balije van de Duitse Orde. Deze Balije was de enigste Balije overzee. Vrijwel de gehele laaglanden in het noorden werden veroverd en zijn bewoners verdreven of bekeerd. Echter toen ze aan de voeten van de Hooglanden kwamen lukte het de Orde niet om meer gebied te veroveren. Na een aantal vruchteloze pogingen werd besloten om een grens te trekken en de grens te beveiligen met burchten op strategische plaatsen. Toen de Duitse Orde in 1525 geseculariseerd werd, werd ook de Balije van Kreuzzig opgedeeld. De ridders van de Orde kregen verscheidene burchten en gebieden toegewezen, en de stad Kreuzzig werd een Vrije Rijksstad binnen het Heilige Roomse Rijk. De Grootmeester van de Orde op Davaleda kreeg een zetel in de Rijksdag en werd een Rijksvorst. Al gauw vielen door deze verandering een aantal gebieden, en kwamen terug in handen van de stammen. Nadat Napoleon in 1804 het Heilige Roomse Rijk ontbond bleef Kreuzzig bestaan en riep de vorst zichzelf uit tot koning en vestigde het Koninkrijk Kreuzzig, ook wel het Kruijsende Koninkrijk genoemd. Echter was de druk vanuit de Hooglanden door de invallen steeds groter en werd uiteindelijk na een lange belegering Kreuzzig zelf veroverd en de laatste Kruijzende Koning doodgeslagen en geofferd aan Dagda op Beltyn 1849.

Gebruikersavatar
Kaaiman
Geoficticus
Berichten: 2035
Lid geworden op: wo 02 feb 2011, 15:37
Locatie: Hoogeveen
Contacteer:

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door Kaaiman » do 09 apr 2015, 12:12

Zou je je teksten in wat meer alinea's met witregels willen opdelen?
Het nodigt mij nu niet bepaald uit om te lezen. Vanaf een scherm lees ik niet graag zulke massieve lappen tekst. :S
Atlantidië op Atlantis, Geopoeia en op de kaart.

Gebruikersavatar
TBR
Geoficticus
Berichten: 2563
Lid geworden op: wo 02 nov 2011, 22:14
Locatie: Bélzsium

Re: [NAD] Nefoedd Ar Y Ddaear

Bericht door TBR » do 09 apr 2015, 13:17

Mooi stukje geschiedenis, leuk om te lezen! :d
Ik vind het wel vreemd dat een stukje land duizenden kilometers overzee deel wordt van het Heilige Roomse Rijk. Het lijkt me best mogelijk dat dit een deel wordt van de Duitse Orde, maar dan eerder als een soort privékolonie, niet als een officieel onderdeel van een rijk. Mij lijkt ook dat de Orde zo veel mogelijk belang had bij het behouden van hun eigen heerschappij over het gebied.
Hlalóntáź ezlôr sza órav́úgíz udiár e zlôńár udiósz e gzaǵusz zôlińok hleś. - Gzaǵusz Tanag e Lód
Ardeim, Rodova, Solwezië en Viguros

Plaats reactie

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast